A Begripsbepalingen en werkingssfeer

In deze cao wordt verstaan onder:

1. De werkgever

  1. De rechtspersoon die – al dan niet te samen met een of meer andere rechtspersonen – een of meer organisaties in stand houdt met als doel het bieden van zorg, begeleiding en dienstverlening op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg en/of de verslavingszorg dan wel het ontwikkelen van kennis en/of methodieken op dit gebied.
  2. De Regionale Instellingen voor Nascholing en Opleiding.
  3. De rechtspersoon die – al dan niet gezamenlijk met een werkgever vallend onder een andere cao op het gebied van de zorg en/of welzijn – is opgericht door een of meer rechtspersonen als bedoeld onder 1 en uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verleent aan deze rechtsperso(o)n(en), welke diensten bestaan uit werkzaamheden die gebruikelijk in de desbetreffende instellingen worden of werden verricht.
  4. De rechtspersoon die is opgericht door een of meer van de rechtspersonen als bedoeld onder 1 dan wel de rechtspersoon waarin een of meer rechtspersonen als bedoeld onder 1 een meerderheidsbelang of een overwegende mate van zeggenschap heeft (hebben) en die onder meer activiteiten verricht op het gebied van de geestelijke gezondheidszorg en/of de verslavingszorg.

2. De werknemer

De persoon die een arbeidsovereenkomst is aangegaan met een onder 1 genoemde werkgever, tenzij betrokkene

  1. de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt;
  2. overheidswerknemer is in de zin van de Wet Privatisering ABP (Stb. 1995, 639, laatstelijk gewijzigd per 1-7-2014 Stb. 2014, 143);
  3. directeur is, waarbij onder directeur wordt verstaan: degene die als zodanig voltijd belast is met de beleidsvoorbereiding en het totale beheer van de instelling en daarvoor rechtstreeks verantwoording verschuldigd is aan het bestuur. De werkgever, genoemd onder 1, bepaalt wie volgens deze begripsbepaling directeur van de instelling is;
  4. incidenteel gedurende de schoolvakanties werkzaam is voor een periode van maximaal 6 weken achtereen;
  5. incidenteel op afroep werkzaamheden verricht;
  6. uurdocent is;
  7. in de instelling werkzaam is uitsluitend ter vervulling van een stage;
  8. is aangesteld voor het op projectbasis verrichten van tijdelijke, niet reguliere activiteiten.

3. Relatiepartner

  1. De geregistreerde partner of
  2. degene met wie de werknemer ongehuwd samenleeft. Van ongehuwd samenleven is sprake als twee ongehuwde personen een gezamenlijke huishouding voeren, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad.

4. Salaris

Het voor de werknemer geldende bedrag uit zijn salarisschaal (exclusief toeslagen) voorzover in de bepalingen van de cao niet uitdrukkelijk anders is vermeld.

5. Uurloon

Onder uurloon wordt verstaan 1/156e deel van het salaris dat gebaseerd is op een volledige, 36-urige werkweek.

6. Cao-bedragen

De in de cao vermelde bedragen zijn bruto bedragen tenzij uitdrukkelijk anders vermeld.

7. Zakgeld

De tegemoetkoming per maand die de werkgever maandelijks toekent aan de leerling, als bijdrage in de kosten tijdens de landelijk gestructureerde beroepsvoorbereidende periode, behorend bij de BBL opleiding tot verpleegkundige niveau 4, en de BBL opleiding tot verzorgende (IG) niveau 3.

8. Leerling

De persoon die op basis van een leerovereenkomst c.q. leer-/arbeidsovereenkomst deelneemt aan een beroepsvoorbereidende periode (10) c.q. een beroepsbegeleidende leerweg (12) of een duale HBO-opleiding (13).

9. Opleiding

Het geheel van activiteiten gericht op het verwerven van cognitieve, agogische en instrumentele vaardigheden en de beroepshouding nodig voor het verkrijgen van een diploma of certificaat.

10. Beroepsvoorbereidende periode (BVP)

De als zodanig in de BBL opleiding tot verpleegkundige op niveau 4 en de BBL opleiding tot verzorgende (IG) niveau 3 aangeduide periode, waarin geen arbeid wordt verricht. Gedurende die periode wordt met de leerling een leerovereenkomst aangegaan.

11. In service-opleiding

Een vorm van onderwijs waarbij de leerling tevens werknemer is en de eindverantwoordelijkheid voor de opleiding bij de werkgever berust .

12. Beroepsbegeleidende leerweg (BBL)

Een vorm van onderwijs waarbij de leerling, na een beroepsvoorbereidende periode in het middelbaar beroepsonderwijs, tevens werknemer is en de eindverantwoordelijkheid voor de opleiding berust bij een onderwijsinstelling.

13. Duale HBO-opleiding

Een vorm van onderwijs waarbij de leerling na een propedeuse in het hoger beroepsonderwijs, tevens werknemer is en de eindverantwoordelijkheid berust bij een onderwijsinstelling.

14. Praktijkleerjaar

Een periode van twaalf maanden, gerekend vanaf het ingaan van de leer-/arbeidsovereenkomst na afsluiting van de voorbereidende of voltijdse periode van een duale opleiding. Het praktijkleerjaar valt dus niet samen met het OC&W-schooljaar.

15. Stage

Periode waarin een leerling op basis van een schriftelijke (stage)overeenkomst onder begeleiding leerdoelen in een instelling moet realiseren in het kader van zijn opleiding.

16. Stagiair

De leerling die volgens het curriculum verplicht is om onder begeleiding in de praktijk leerdoelen in een instelling te realiseren.

17. Medisch specialist

De specialist die als medisch specialist ingeschreven staat in het register van de RGS van het KNMG, waaronder: psychiater, kinderarts, klinisch geriater, internist en neuroloog.

18. Feestdagen

Nieuwjaarsdag, Paaszondag en -maandag, Koningsdag, 5 mei, Hemelvaartsdag, Pinksterzondag en -maandag, eerste en tweede Kerstdag en de bijzondere feest- en gedenkdagen die de werkgever in overleg met de ondernemingsraad heeft vastgesteld. Desgewenst kan de werknemer feest- en gedenkdagen inwisselen voor de voor zijn levensovertuiging geldende feest- en gedenkdagen.

19. Instelling

De onder 1, 1 tot en met 4 genoemde instellingen.

20. GGZ Nederland

De vereniging GGZ Nederland.