A Salariëring van werknemers die een opleiding volgen

Artikel 1 Opleiding tot verpleegkundige (niveau 4), verzorgende(-IG) (niveau 3) en helpende (niveau 2) Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL)

  1. Voorafgaand aan het eerste praktijkjaar van de opleiding tot verpleegkundige en van de opleiding tot verzorgende kent de opleiding een beroepsvoorbereidende periode (BVP).
  2. Gedurende de BVP wordt met de leerling een leerovereenkomst aangegaan (Bijlage IX)
  3. De BBL leerling ontvangt tijdens de BVP zakgeld. Dit geldt niet als de leerling gedurende de periode een WW-uitkering geniet die hoger is dan of gelijk is aan dit zakgeld.

Deze zakgeldbedragen worden aangepast gelijktijdig met het bruto minimum (jeugd)loon. Het zakgeldbedrag wordt bij wijziging van dit minimumloon vastgesteld op 97% van dit loon. Het bruto zakgeld bedraagt in euro’s:

Leeftijd

per 01-01-2017 per 01-07-2017 per 01-01-2018

23

1505 *  

22

1279 1518 1531

21

1091 1291 1301

20

926 934 941

19

790 797 804

18

685 691 696

17

595 600 605

16

519 524 528

* De leeftijd voor het volwassen minimumloon gaat per 01-07-2017 omlaag van 23 naar 22 jaar

4. Leermiddelen worden tijdens de BVP in bruikleen verstrekt.

5. Nadat de leerling met succes de BVP heeft afgerond, wordt de leerling toegelaten tot het eerste praktijkleerjaar en wordt met de leerling een leerarbeidsovereenkomst aangegaan (Bijlage X). De te betalen les-/collegegelden komen voor rekening van de werkgever.

6. Gedurende de opleiding ontvangt de leerling-verpleegkundige en de leerling- verzorgende (IG), na indiensttreding het volgende bij het praktijkleerjaar vermelde salaris, voor zover het minimum(jeugd)loon niet hoger ligt:

 

Per 01-07-2017

Per 01-07-2018

1e praktijkleerjaar

1182

1201

2e praktijkleerjaar

1394 1416

3e praktijkleerjaar

1802 1831

4e praktijkleerjaar

1802 1831

De leerling-verzorgende die voor 1 juli 2003 in dienst is getreden gaat met ingang van het eerstvolgende praktijkleerjaar voor zover dit op of na 1 juli 2003 begint over naar het bij het praktijkleerjaar behorende salaris zoals in dit lid vermeld.

7. Gedurende de opleiding ontvangt de leerling-helpende, na indiensttreding het volgende bij het praktijkleerjaar vermelde salaris, voor zover het minimum(jeugd)loon niet hoger ligt:

 

Per 01-07-2017

Per 01-7-2018

1e praktijkleerjaar

1042

1059

2e praktijkleerjaar

1191 1210

8. De werkgever kan voor bepaalde groepen van leerlingen, voor de duur van de opleidingsperiode, een hogere salariëring overeenkomen als er sprake is van een arbeidsmarktknelpunt voor de betreffende functie.

9. De leerling-verpleegkundige die in het bezit is van een diploma ziekenverzorging, verzorgende IG, verzorgende AG of diploma verpleegkundige, wordt gedurende de periode van de nieuwe leer-/arbeidsovereenkomst gesalarieerd:

  • bij het bezit van het diploma ziekenverzorging, verzorgende IG of verzorgende AG: volgens een van de inpassingstabelnummers behorende bij de salarisschalen van functiegroep 35;
  • bij het bezit van het diploma verpleegkundige: volgens een van de inpassingstabelnummers behorende bij de salarisschalen van functiegroep 40.

Vindt de werkgever het behalen van het diploma in het belang van de instelling, dan kan hij met betrokkenen bij individuele arbeidsovereenkomst voor de duur van de gehele nieuwe opleidingsperiode een hogere salariëring overeenkomen.

10. De leerling-verpleegkundige die in het bezit is van een diploma MDGO, BOL-3 of BBL-3 en tenminste over een jaar functionele werkervaring beschikt, wordt gedurende de periode van de nieuwe leer-/arbeidsovereenkomst gesalarieerd volgens een van de inpassingstabelnummers behorende bij de salarisschalen van functiegroep 30. De leerling-ziekenverzorgende/-verzorgende-IG in het bezit van een diploma MDGO-VZ, die een verkorte duale opleiding verzorgende-IG volgt en ten minste over een jaar functionele werkervaring beschikt, wordt gedurende de periode van de nieuwe leer-/arbeidsovereenkomst gesalarieerd volgens een van de inpassingstabelnummers behorende bij de salarisschalen van functiegroep 25.

Artikel 2 Opleiding tot verpleegkundige (niveau 5; duale HBO-V)

  1. Voorafgaand aan het eerste praktijkleerjaar kent de opleiding een propedeutisch jaar, tijdens dit jaar wordt geen leerovereenkomst met de leerling aangegaan.
  2. Met de leerling die de duale leerweg van de HBO-V volgt, wordt na het met succes afgerond propedeutisch leerjaar, een leerarbeidsovereenkomst aangegaan (in Bijlage X. een voorbeeld Leer-/Arbeidsovereenkomst).
  3. Gedurende de opleiding ontvangt de leerling-verpleegkundige het onder artikel 1 lid 6 vermelde salaris, voor zover het minimum(jeugd)loon niet hoger ligt.
  4. Zolang het tweede jaar van de duale opleiding in het verlengde van het propedeutisch jaar overwegend uit theorie bestaat, kan met de leerling voor die periode van het tweede leerjaar een leerovereenkomst worden aangegaan (Bijlage IX.). Gedurende de leerovereenkomst ontvangt de leerling zakgeld. Daarna wordt een leerarbeidsovereenkomst aangegaan. Vangt de leerarbeidsovereenkomst nog in het tweede opleidingsjaar aan, dan ontvangt de leerling een salaris behorende bij het eerste praktijkleerjaar.

Artikel 3 Aspirant leerlingen

Wordt een arbeidsovereenkomst aangegaan voorafgaand aan en ter overbrugging naar een te ontvangen opleiding dan geldt het salaris behorende bij het eerste praktijkleerjaar zoals genoemd in het artikel 1 lid 6 of 7.

Artikel 4 Overige opleidingen

  1. Indien een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan met het oog op een opleiding in het kader waarvan het een vereiste is praktisch werkzaam te zijn en waarvoor de eindverantwoordelijkheid niet bij de werkgever berust, geldt voor de vaststelling van het salaris H7 Functiewaardering en salariëring.
  2. Voor de salaris vaststelling worden de uren in aanmerking genomen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht.
  3. Werkgever en werknemer kunnen overeenkomen dat de lesuren geheel of gedeeltelijk als werktijd worden aangemerkt.

Artikel 5 Vaststelling salarisschalen van werknemers die een vervolgopleiding volgen

  1. Onder vervolgopleidingen wordt verstaan: inservice-opleidingen in aanvulling op de in de artikelen 1. en 2. genoemde opleidingen of daarmee door de werkgever gelijkgestelde vervolgopleidingen. Op de inservice-opleidingen is het Model Opleidingsreglement (Bijlage XI) van toepassing.
  2. Voor de werknemer die de vervolgopleiding volgt, geldt tenminste de aanloopschaal van de laagste functiegroep die binnen de instelling geldt voor de functie waarvoor de betreffende opleiding wordt gevolgd.
  3. Als de werknemer voor aanvang van de opleiding al in dienst was van de werkgever en als na de opleiding voor werknemer dezelfde functiegroep van toepassing is als voor de opleiding, dan behoudt werknemer tenminste aanspraak op:
    • hetzelfde salaris als hij genoot voordat hij aan de opleiding begon;
    • periodieke verhoging van dit salaris op hetzelfde tijdstip als voor de opleiding gold.

Artikel 5a Stagevergoeding

Een stagiair heeft recht op een stagevergoeding, als het een stage betreft die volgens het curriculum van de opleiding verplicht is (niet zijnde een maatschappelijke stage) en een aaneengesloten periode van ten minste een maand duurt met een minimale omvang van 144 uur. De hoogte van de stagevergoeding bedraagt € 318 per 01-07-2017 en per 01-07-2018 € 323 bruto per maand inclusief onkosten, waaronder reiskosten woon-werkverkeer. Stagiairs die niet kunnen beschikken over een ov-jaarkaart komen in aanmerking voor de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer uit H11A van deze cao.

De werkgever betaalt de kosten verbonden aan noodzakelijke inentingen. De stagevergoeding wordt niet verleend indien de stagiair als werknemer (elders) een dienstbetrekking heeft, die recht geeft op loondoorbetaling gedurende de stageperiode. Voor deeltijd stagiairs geldt een vergoeding naar rato. De hoogte van de stagevergoeding wordt aangepast conform algemene loonaanpassingen zoals van toepassing voor de CAO GGZ.

Artikel 6 Opleiding tot gezondheidszorg psycholoog (artikel 3, Wet BIG)

  1. Voor de werknemer die de opleiding tot gz psycholoog volgt, geldt, voor zover niet een andere regeling is getroffen inzake salariëring en opleidingskosten, indeling in tenminste salarisschaal 59/60.
  2. Voor de salarisvaststelling worden de uren in aanmerking genomen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht. Werkgever en werknemer kunnen overeenkomen dat de lesuren, geheel of gedeeltelijk, als werktijd worden aangemerkt.

Artikel 7 Opleiding tot verpleegkundig specialist in de GGZ (beoogd artikel 14, Wet BIG)

  1. Voor de werknemer die de opleiding tot verpleegkundig specialist in de GGZ volgt, geldt, voor zover niet een andere regeling is getroffen inzake salariëring en opleidingskosten, indeling in tenminste salarisschaal 49/50.
  2. Voor de salarisvaststelling worden de uren in aanmerking genomen waarop daadwerkelijk arbeid wordt verricht. Werkgever en werknemer kunnen overeenkomen dat de lesuren, geheel of gedeeltelijk, als werktijd worden aangemerkt.

Bijlagen