A Woon- /werkverkeer en reis- en verblijfkosten

Artikel 1.Vergoedingen voor woon-werkverkeer en reis- en verblijfkosten

  1. De werknemer krijgt een vergoeding van de kosten verbonden aan het eenmaal dagelijks heen en weer reizen van zijn woning naar zijn werk (of opleidingsschool). De maximale vergoeding voor woon-werkverkeer bedraagt € 143,93 (per 01-01-2017) per maand. Op dit bedrag komt een eigen bijdrage in mindering van € 24,47 (per 01-01-2017). Voor de werknemer die op minder dan 5 dagen werkzaam is worden de bedragen van (maximale) vergoeding en de eigen bijdrage naar rato van het aantal werkdagen berekend. Deze bedragen worden gelijktijdig met de wijziging van de vervoerstarieven van de NS aangepast.
  2. De werknemer krijgt daarnaast een vergoeding van de kosten, conform lid 3 van dit artikel, verbonden aan het heen en weer reizen van zijn woning naar zijn werk voor:
    • gebroken diensten met een onderbreking langer dan 2 uren;
    • een oproep in het kader van de bereikbaarheids-, crisis- en consignatiedienst;
    • overwerk op uren die niet aansluiten op de normale arbeidstijd;
    • aanwezigheidsdienst op uren die niet aansluiten op de normale arbeidstijd.
  3. Werknemers die in opdracht van de werkgever incidenteel reis- en verblijfkosten moeten maken voor dienstreizen, krijgen deze kosten vergoed. Voor de verblijfkosten gelden de noodzakelijk gemaakte kosten. Voor de dienstreizen geldt een vergoeding gebaseerd op de laagste klasse van het openbaar vervoer, dan wel bij gebruik van een eigen auto een vergoeding van € 0,36 per kilometer.
  4. Daarnaast worden de kosten die in verband met woon-werkverkeer en dienstreizen voortvloeien uit het gebruik van brug, tunnel of veer vergoed.
  5. Op verzoek van de werkgever moet de werknemer de bewijsstukken indienen waaruit het bedrag van de tegemoetkoming kan worden afgeleid.
  6. De werkgever kan in overleg met de ondernemingsraad een afwijkende regeling treffen. Deze regeling treedt dan in de plaats van deze regeling in de cao.

Artikel 2. Reiskostenvergoeding ambulante werknemer

  1. De werkgever stelt, indien noodzakelijk, een vervoermiddel aan de ambulante werknemer ter beschikking.
  2. Indien de werknemer volgens de arbeidsovereenkomst verplicht is met de eigen auto te reizen bedraagt de vergoeding voor dienstreizen minimaal € 0,36 per kilometer.
  3. De werkgever moet in overleg met de ondernemingsraad een regeling treffen.
  4. De werkgever voorziet alle ambulante werknemers van een adequate telefoonvoorziening.