B Onregelmatige dienst

Artikel 1 Definities

Onder onregelmatige dienst wordt verstaan: arbeid die volgens rooster wordt verricht op de uren als vermeld in artikel 4. Onder onregelmatige dienst wordt mede verstaan: arbeid die

  • een deeltijdwerker niet volgens rooster verricht op de uren als vermeld in artikel 4, boven het bij zijn arbeidsovereenkomst overeengekomen aantal uren, voorzover zij de 36 uren niet te boven gaan;
  • een werknemer volgens werktijdenregeling verricht op een zaterdagochtend die samenvalt met een feestdag.

Artikel 2 Werkingssfeer onregelmatige dienst

  1. Werknemers die zijn ingedeeld in functiegroep 65 of lager, hebben recht op vergoeding voor het verrichten van onregelmatige dienst.
  2. Aan de zwangere werknemer wordt na de derde maand van de zwangerschap geen onregelmatige dienst opgedragen, tenzij de werknemer hiertegen geen bezwaar maakt. Deze regeling geldt ook voor nachtdiensten voor de 57+-er en de werknemer van 55 jaar of ouder op 31-12-2009 die in 2009 geen nachtdiensten verrichtte.
  3. Indien de 57+-er (of de werknemer van 55 of 56 jaar zoals hiervoor genoemd) er voor kiest structureel ingeroosterd te worden in nachtdiensten dan hoeft hij op jaarbasis 40 uur (naar rato) minder te werken. Deze 40 uur (naar rato) worden per kalenderjaar toegekend. Er vindt geen cumulatie van de 40 uur (naar rato) plaats op basis van H10 C artikel 4 en H10 D artikel 3.

Artikel 3 Vergoeding onregelmatige dienst

  1. De vergoeding voor onregelmatige dienst wordt verstrekt in de vorm van een geldelijke beloning of, als de werknemer daarom vraagt, in de vorm van vrije tijd. De vrije tijd wordt bepaald door de in artikel 4 berekende geldelijke vergoeding, te delen door het geldende uurloon van de werknemer.
  2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt, tenzij de belangen van de instelling zich hiertegen verzetten, door de werkgever ingewilligd.
  3. Het in het eerste lid bedoelde verzoek dient in de eerste helft van enig kalenderjaar te worden gedaan. Bij inwilliging van het verzoek gaat de vergoeding in de vorm van vrije tijd in op 1 januari daaropvolgend en blijft tenminste voor 1 kalenderjaar gehandhaafd.
  4. Op uiterlijk 30 juni van enig kalenderjaar kunnen werkgever en werknemer mededelen dat de vergoeding niet meer in de vorm van vrije tijd maar in de vorm van een geldelijke beloning als bedoeld in lid 1 moet plaatsvinden. Deze wijziging gaat in dat geval in op 1 januari daaropvolgend. De werkgever hoeft aan de mededeling van de werknemer als bedoeld in dit lid geen gevolg te geven als de belangen van de instelling zich hiertegen verzetten.

Artikel 4 Berekening vergoeding onregelmatige dienst

De in artikel 3 genoemde geldelijke beloning wordt berekend uitgaande van het geldende uurloon. Als maximum geldt het uurloon afgeleid van nummer 19 van de inpassingstabel op basis van de volgende percentages:

  • 22% voor onregelmatige dienst op uren tussen 06.00 uur en 07.00 uur en tussen 20.00 uur en 22.00 uur op maandag tot en met vrijdag;
  • 38% op uren tussen 06.00 uur en 08.00 uur en tussen 12.00 uur en 22.00 uur op zaterdag;
  • 44% op uren tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op maandag tot en met vrijdag;
  • 49% op uren tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op zaterdag;
  • 60% op uren tussen 00.00 uur en 24.00 uur op zon- en feestdagen en op uren tussen 18.00 uur en 24.00 uur op 24 en 31 december.

Artikel 5 Afbouwregeling ORT

1a. Beëindigt of vermindert de werkgever de onregelmatige dienst van de werknemer of vindt de beëindiging of vermindering plaats op medisch advies en is die niet te wijten aan eigen schuld of toedoen van de werknemer, dan heeft hij aanspraak op een tegemoetkoming. Onder beëindiging of vermindering van de onregelmatige dienst wordt tevens verstaan bevordering als bedoeld in H7B Salariëring, artikel 8.

1b. Deze aanspraak geldt niet bij een kennelijk tijdelijke beëindiging of vermindering.

2. Voorwaarden voor de in het eerste lid genoemde tegemoetkoming zijn dat:

a. de werknemer in dezelfde instelling op het moment van de beëindiging of vermindering ten minste 3 jaren onafgebroken onregelmatige dienst heeft verricht. Onderbrekingen buiten eigen schuld of toedoen van de werknemer worden niet in aanmerking genomen.

b. het verschil tussen:

I. enerzijds het salaris verhoogd met de gemiddeld per maand in de voorgaande 12 maanden genoten vergoeding voor onregelmatige dienst en

II. anderzijds het - al dan niet nieuwe - salaris ver-hoogd met de eventueel nog te genieten ge-middelde vergoeding voor onregelmatige dienst (over een periode van 3 maanden na de in het eerste lid bedoelde beëindiging of vermindering te meten) meer bedraagt dan 2% van het sub I. genoemde bedrag én het onder sub b.II berekende bedrag lager is dan het onder sub b.I berekende bedrag. Het in dit lid genoemde salaris is het bedrag dat geldt bij een gelijkblijvende arbeidsduur.

De tegemoetkoming bedraagt met ingang van 1 juli 2017:
  • Bij 3 tot 6 jaar ontvangen ORT: gedurende 6 maanden 80%, daarna 6 maanden 40% van het in het 2de lid genoemde verschil;
  • Bij 6 tot 10 jaar ontvangen ORT: gedurende 8 maanden 75%, 8 maanden 50% en 8 maanden 25% van het in het 2de lid genoemde verschil;
  • Bij 10 jaar en meer ontvangen ORT: 12 maanden 75%, 12 maanden 50% en 12 maanden 25% van het in het 2de lid genoemde verschil.

De berekeningsgrondslag voor de tegemoetkoming blijft gedurende de hiervoor genoemde periode ongewijzigd. Verricht de werknemer gedurende de afbouwperiode weer of meer onregelmatige dienst, dan wordt de tegemoetkoming slechts uitbetaald voorzover deze de toeslag voor onregelmatige dienst overschrijdt.