B Salariëring

Artikel 1 Algemeen

  1. De salarisschalen zijn opgenomen in Bijlage VI van de bijlagen. Er zijn aanloopschalen en functionele schalen A en B. De in de salarisschalen opgenomen bedragen gelden bij een volledige dagtaak (gemiddeld 36 uur per week). Het salaris wordt gebaseerd op het gemiddeld te werken aantal uren per maand.
  2. Het salaris van werknemers met een afwijkende arbeidsduur wordt naar rato vastgesteld.
  3. Het salaris van leerlingen en werknemers die een opleiding volgen, wordt vastgesteld overeenkomstig het in H8 bepaalde.
  4. De salarisschaal voor de medisch specialist is opgenomen in Bijlage VI van de bijlagen. De in de salarisschaal opgenomen bedragen gelden bij een volledige dagtaak (gemiddeld 36 uur per week). Het salaris wordt gebaseerd op het gemiddeld te werken aantal uren per maand.

Artikel 2 Indeling in functionele schaal

De werkgever bepaalt op grond van de functie-indeling volgens artikel 1 Functiewaardering welke functionele salarisschaal voor de werknemer van toepassing is. Het nummer van de functionele salarisschaal correspondeert met het nummer van de functiegroep waarin de functie van de werknemer is ingedeeld.

Voor de medisch specialist is de salarisschaal medisch specialisten van toepassing.

Artikel 3 Toepassing salarisschalen

  1. De werknemer voor wie een van de functionele schalen 10 t/m 80 geldt, dient voor de toepassing hiervan over het hieronder genoemde aantal functiejaren te beschikken:
    • bij de functionele salarisschalen 10 t/m 40: een functiejaar;
    • bij de salarisschalen 45 t/m 60: twee functiejaren;
    • bij de salarisschalen 65 t/m 80: drie functiejaren. De werkgever kan met de werknemer overeenkomen dat voor de toepassing van de functionele schaal het aantal benodigde functiejaren lager is dan in dit lid bepaald.
  2. Beschikt de werknemer niet over het in lid 1 bij zijn functionele salarisschaal genoemde aantal functiejaren, dan geldt voor hem de bij die schaal behorende aanloopsalarisschaal en wel het bij 0 functiejaren vermelde bedrag. Als de ervaring van de werknemer daartoe aanleiding geeft, geldt een hoger bedrag uit die schaal. De werkgever is bevoegd om voor de werknemer de aanloopsalarisschaal langer toe te passen dan het in lid 1 genoemde aantal jaren, als de functievervulling van de werknemer aanleiding geeft om nog niet de functionele salarisschaal toe te passen. De werkgever maakt dat schriftelijk en gemotiveerd kenbaar aan de werknemer.
  3. De werknemer voor wie de functionele schaal geldt, wordt ingeschaald op het bij 0 functiejaren vermelde bedrag uit die schaal of, als zijn ervaring daartoe aanleiding geeft, op een hoger bedrag uit die schaal.
    De werknemer voor wie de salarisschaal medisch specialisten geldt wordt bij 0 functiejaren ingeschaald op trede 0 van deze schaal, of als zijn ervaring daartoe aanleiding geeft op een hogere trede van deze schaal.
  4. De overgang van functionele salarisschaal A naar functionele salarisschaal B is afhankelijk van een voldoende beoordeling op basis van het beoordelingssysteem, zoals opgenomen in H15. Heeft geen beoordelingsgesprek plaatsgevonden voor de periodiekmaand, dan gaat de werknemer over naar de functionele schaal B. Zie ook artikel 6: periodieke verhogingen en uitloopperiodieken.
  5. In afwijking van het bepaalde in lid 4 behouden werknemers die voor 1-1-2002 bij de werkgever in dienst zijn getreden de mogelijkheid op doorloop in de salarisschaal zoals deze voor hen van toepassing was op 31 december 2001.

Artikel 4 Salarisgarantieregelingen en herindeling FWG

  1. Oude salarisgaranties
    Voor de desbetreffende werknemer blijft de salarisgarantieregeling volgens artikel 4 van de uitvoeringsregeling salariëring van de CAO GGZ 1999-2001 en volgens H 7B artikel 17 van de CAO GGZ 2003-2004 gelden zolang hij bij de werkgever in dienst is.
  2. Salarisgarantie bij invoering FWG 3.0 per 01-01-2000 dan wel per 01-01-2001 (instellingen verslavingszorg)
  1. Wordt door de (her-)indeling bij invoering van FWG 3.0 als bedoeld in H7 Functiewaardering artikel 1 van deze cao een lagere functiegroep en bijbehorende schaal van kracht dan voor de werknemer geldt, dan houdt de werknemer zijn aanspraak op salariëring volgens de salarisschaal die in zijn arbeidsovereenkomst vastligt en zoals deze salarisschaal op 31 december 2001 geldt.
  2. Wordt door de invoering van FWG 3.0 van deze cao een hogere functiegroep en bijbehorende schaal van toepassing dan de geldende, dan is het in lid 3 1a. tot en met d. van dit artikel bepaalde van overeenkomstige toepassing met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2000 dan wel vanaf 1 januari 2001 (instellingen verslavingszorg).
  1. Herindeling na invoering van FWG 3.0.
    1. Wordt door herindeling na invoering van FWG 3.0 een hogere functiegroep van kracht, dan geldt per de eerste van de kalendermaand die volgt op het indelingsbesluit, het volgende:

      a. de salarisschalen die horen bij de hogere functiegroep worden van toepassing;
      b. bij de vaststelling van het salaris uit de nieuwe salarisschaal geldt ten minste het bedrag dat overeenkomt met het salaris dat gold per de eerste van de kalendermaand die volgt op het indelingsbesluit. Wanneer dit bedrag niet in de nieuwe salarisschaal voorkomt, dan geldt het naast hogere bedrag van die salarisschaal;
      c. bij de toepassing van dit artikel geldt ten minste het eerste bedrag van de functionele of aanloopsalarisschaal die voor de werknemer geldt;
      d. artikel 8, lid 1 en 2 (bevorderingsartikel) zijn hierop niet van toepassing.

    2. Wordt door herindeling na invoering van FWG 3.0 een lagere functiegroep van kracht, dan behoudt de werknemer zijn aanspraak op salariëring volgens de salarisschaal die in zijn arbeidsovereenkomst vastligt.
  1. Voor werknemers die na 1 januari 2015 een salarisgarantie krijgen ten gevolge van de herindeling FWG 3.0, geldt dat de werkgever zich inspant om gedurende maximaal 5 jaar een functie aan te bieden op het oude salarisniveau. De betreffende medewerker heeft het recht dit aanbod een keer af te wijzen met behoud van garantie. Na een tweede afwijzing van een dergelijk aanbod vervalt de salarisgarantie en vindt inpassing plaats in een functiegroep behorende bij de actuele functie. Deze inpassing zal horizontaal plaatsvinden met als maximum het voor die schaal maximale salarisniveau.
    Van een gelijkwaardige functie is sprake indien de inhoud van de functie, de voor de functie vereiste kennis, vaardigheden en competenties, en de structurele aard van de functie en het niveau van de functie en de bij de functie behorende beloning gelijkwaardig zijn. De werkgever faciliteert dat de werknemer kan voldoen aan het bijbehorende en benodigde kennisniveau van de aangeboden functie.

Artikel 5 Salarisgarantie bij indiensttreding

  • De werknemer die bij indiensttreding direct voorafgaand aan het dienstverband op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam was bij een instelling die valt onder de werkingssfeer van deze cao en
  • in genoemde instelling een functie vervulde waarop artikel 4A, lid 1 of lid 2 van de uitvoeringsregeling salariëring van de CAO GGZ 1999-2001 of art. 4, lid 2 onder a van dit hoofdstuk van toepassing was behoudt, bij aanvaarding van een ten opzichte van zijn vorige functie ten minste gelijk functieniveau aanspraak op toepassing van de in deze volzin genoemde bepalingen. Deze aanspraak wordt bij indiensttreding door de werknemer meegedeeld en in de arbeidsovereenkomst vastgelegd.

Artikel 6 Periodieke verhogingen en uitloopperiodieken

  1. Tenzij hierover in de arbeidsovereenkomst anders is bepaald, wordt eenmaal per jaar een salarisverhoging binnen de aanloop- of functionele schaal toegekend,of, indien van toepassing, binnen de salarisschaal medisch specialisten. De doorloop in de functionele salarisschaal B is afhankelijk van een voldoende beoordeling op basis van het door cao-partijen vastgestelde beoordelingssysteem. Heeft geen beoordelingsgesprek plaatsgevonden voor de periodiekdatum, dan krijgt de werknemer automatisch de volgende periodieke verhoging in de schaal. De periodieke verhoging wordt voor de eerste maal toegekend een jaar na indiensttreding of bevordering tot een functie die is ingedeeld in een hogere functiegroep. De eerste periodieke verhoging na diplomering van de leerling en zijn aanstelling in de desbetreffende functie vindt plaats per de eerste van de maand volgend op die waarin het diploma is behaald of de eerste van de maand waarin de werknemer is ingedeeld in de bij de nieuwe functie behorende schaal.
  2. Het is de werkgever toegestaan in enig jaar de werknemer geen dan wel meer periodieke verhogingen toe te kennen op basis van het beoordelingssysteem als bedoeld in H15A, artikel 2.
  3. Dit artikel is met betrekking tot beoordeling en het toepassen van periodieke verhogingen van overeenkomstige toepassing op de medisch specialist.

Artikel 7 Bijzondere toeslagen

  1. De werkgever kan een gratificatie toekennen.
  2. Als voor één of meer specifieke functie(s) sprake is van een arbeidsmarktknelpunt kan de werknemer in bijzondere gevallen een tijdelijke toeslag krijgen van maximaal 10% van het voor de werknemer geldende salaris.
  3. Zolang de werkgever vindt dat voor de functievervulling sprake is van bijzondere omstandigheden, kan de werknemer een toeslag worden toegekend. Bij toekenning van deze toeslag wordt samen met het salaris ten hoogste het maximum van de naast hogere functionele salarisschaal betaald, met als maximum acht opeenvolgende regelnummers van de inpassingstabel vanaf zijn salaris.
  4. De in lid 2 en 3 bedoelde toeslagen worden zolang de aanspraak bestaat per maand uitbetaald.
  5. Complementaire toeslag voor de medisch specialist. Aan de medisch specialist wordt in het kader van het vervullen van een aan de functie gerelateerde complementaire bijdrage, een maandelijkse toeslag toegekend voor maximaal de duur van het vervullen van deze complementaire bijdrage. De complementaire bijdragetoeslag die wordt toegekend, bedraagt voor:
  • Medisch specialist Manager I (divisiedirecteur): 10%;
  • Medisch specialist Manager II (cluster- afdelingshoofd): 5%;
  • Medisch specialist Opleidingsverantwoordelijke 10%.

De toeslag wordt berekend over het voor de medisch specialist geldende salaris, overeenkomstig de overeengekomen arbeidsduur. Om te bepalen of de medisch specialist in aanmerking komt voor een complementaire toeslag zijn in deze cao algemene organieke functieprofielen met een hoog abstractieniveau opgenomen die binnen de instelling verbijzonderd kunnen worden. Deze functieprofielen zijn opgenomen in Bijlage VIII van dit hoofdstuk. Er is geen cumulatie van de verschillende bijdragetoeslagen mogelijk. De complementaire toeslag behoort tot het salaris als bedoeld in H1A onder 4. van deze cao.

  1. Met ingang van 1 januari 2017 ontvangt iedere medewerker die ten gevolge van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen (Wet van 2 juni 2014, Stb. 2014 , nr 196) niet meer over het volledige inkomen fiscaal gefaciliteerd pensioen opbouwt bij het pensioenfonds PFZW, een structurele maandelijkse bruto toelage. De toelage bestaat uit het werkgeversdeel van de pensioenpremie (thans 11,75%) dat wordt berekend over het inkomensdeel waarover ten gevolge van deze wet geen pensioen meer mag worden opgebouwd. Partijen spreken daarbij af dat zodra wetgeving in werking treedt die verdere aftopping van het pensioengevend inkomen tot gevolg heeft, partijen opnieuw met elkaar in onderhandeling treden teneinde een passende regeling met elkaar te treffen die hiervoor in de plaats treedt.

Artikel 8 Bevordering

  1. Bij bevordering tot een functie die is ingedeeld in een hogere functiegroep, wordt het salaris ontleend aan de functionele schaal van de nieuwe functie. Het tot dan toe genoten salaris moet echter met 2 periodieken worden verhoogd en het nieuwe salaris moet ten minste gelijk zijn aan het minimum van de functionele schaal van de functie waarnaar de werknemer werd bevorderd. Tegelijk mag het nieuwe salaris nooit hoger zijn dan het maximum van de bij deze hogere functie behorende schaal. Indien de werknemer reeds het maximum van de oude schaal had bereikt, worden bij bevordering twee periodieken bij het oude salaris in de nieuwe schaal geteld.
  2. Voldoet de werknemer bij een bevordering als bedoeld in het vorige lid nog niet aan het bepaalde in artikel 3, lid 1 dan geldt - overeenkomstig het in artikel 3, lid 2 bepaalde - de aanloopschaal.
  3. Van het in de leden 1 en 2 bepaalde kan de werkgever met instemming van de ondernemingsraad afwijken. Indien op deze manier wordt afgeweken, geldt de afspraak met de OR in plaats van hetgeen in de leden 1 en 2 bepaald is.

Artikel 9 Waarneming

  1. De werknemer die - anders dan in het geval van vervanging wegens vakantie - langer dan een maand aaneengesloten een in een hogere functiegroep ingedeelde functie geheel of nagenoeg geheel waarneemt, ontvangt voor elke maand van de waarneming een vergoeding. Die vergoeding is gelijk aan het verschil tussen zijn huidige salaris en het aanvangssalaris van de functie in een hogere functiegroep, met een minimum van 2 periodieken. Het op deze wijze vermeerderde salaris bedraagt hoogstens het maximum van de schaal van de hoger ingedeelde functie die wordt waargenomen.
  2. De werknemer die - anders dan in het geval van vervanging wegens vakantie - langer dan een maand aaneengesloten een hoger ingedeelde functie in een hogere functiegroep voor ten minste de helft van de dagelijkse arbeidsduur waarneemt, ontvangt voor elke maand van de waarneming een vergoeding. Die vergoeding is gelijk aan het gestelde in lid 1 en wordt berekend naar het gedeelte van zijn waarneming.
  3. Van het in de leden 1 en 2 bepaalde kan de werkgever met instemming van de ondernemingsraad afwijken. Het in de vorige volzin bedoelde besluit van de werkgever heeft dezelfde rechtskracht als de bepalingen van deze cao.

Artikel 10 Gratificatie

  1. De werknemer die onafgebroken in dienst van de werkgever is geweest, heeft recht op een eenmalige gratificatie van:
  • bruto een kwart van het salaris bij 12,5 jaar;
  • netto de helft van het salaris bij 25 jaar en
  • netto een heel salaris bij 40 jaar dienst.

Heeft de contractuele arbeidsduur in de voorgaande vijf dienstjaren wijziging (en) ondergaan, dan wordt het maandsalaris naar evenredigheid van die contractuele arbeidsduur verhoogd of verlaagd.

  1. Bij toekenning van ouderdomspensioen of flexpensioen heeft de werknemer recht op een gratificatie ten bedrage van bruto de helft van het salaris. Heeft de contractuele arbeidsduur in de voorgaande vijf jaar wijziging (en) ondergaan, dan wordt het maandsalaris naar evenredigheid van die contractuele arbeidsduur verhoogd of verlaagd.
  2. Bij flexpensioen wordt de gratificatie toegekend op het moment dat de werknemer een volledige flexpensioen ontvangt en het dienstverband met de werkgever niet voortzet. De berekening van de uitkering wordt gebaseerd op de arbeidsduur op de dag voordat de werknemer gebruik heeft gemaakt van het flexpensioen.

Artikel 11 Werknemers aangesteld in het kader van de Participatiewet en Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten

  1. Voor werknemers van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen, maar wel mogelijkheden hebben tot arbeidsparticipatie en behoren tot de doelgroep van de Participatiewet en Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, wordt een aparte loonschaal naast het bestaande loongebouw opgenomen in de cao. Deze loonschaal begint op 100% WML, groeit in vier stappen naar 120% WML en beweegt mee met de verhoging van het WML. Voor werknemers die ingedeeld worden in deze loonschaal geldt eenzelfde systeem voor periodieke verhoging als voor werknemers in de reguliere loonschalen.
  2. Dit artikel betreft de volgende groepen:
    • Personen met een arbeidsbeperking die zelfstandig niet in staat zijn het wettelijk  minimumloon (WML) te verdienen en die onder de Participatiewet vallen;
    • Wajongers;
    • Personen met een WSW-indicatie;
    • Personen met een Wiw-baan of ID-baan;
    • Personen met een medische beperking die is ontstaan voor hun 18e verjaardag of tijdens hun studie, die zonder een voorziening geen wettelijk minimumloon kunnen verdienen, maar met een voorziening wel.
  3. De werkgever zal de werknemer goed begeleiden en zich inspannen om de werknemer bij voldoende functioneren en bij aanwezigheid van een geschikte functie binnen de instelling door te laten stromen naar een reguliere arbeidsplaats.
  4. De loonschaal voor werknemers vallend onder lid 2 van dit artikel luidt:

Bedragen per maand in euro’s op basis van een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week:

Trede % WML 1-1-2017 1-7-2017
1 100% WML 1552 1565
2 105% WML 1630 1644
3 110% WML 1707 1722
4 115% WML 1785 1800
5 120% WML 1862 1878


De bedragen worden jaarlijks op 1 juli en 1 januari aangepast conform de WML. De loonschaal start met het bedrag conform de WML dat geldt vanaf 22 jaar. Partijen zijn overeen gekomen geen jeugdschalen te hanteren, tenzij dit de betrokkenen < 22 jaar van de doelgroep uitsluit.
 

Artikel 12 Eindejaarsuitkering

  1. De werknemer die op 31 december van het betreffende berekeningsjaar in dienst is van de werkgever heeft aanspraak op een uitkering van 8,05% (per 1 december 2018 8,33%, dat wil zeggen een volledige 13e maand) van zijn jaarsalaris. Onder jaarsalaris wordt verstaan het feitelijk door de werknemer in dat jaar verdiende salaris (H1A artikel 4) over de periode tussen 1 januari en 31 december van het betreffende jaar. De uitkering wordt in de maand december aan de werknemer uitbetaald en wordt minimaal berekend over het naar rato van zijn dienstverband voor werknemer geldende salaris gebaseerd op inpassingstabelnummer 16.
  2. Indien de arbeidsovereenkomst van de werknemer eindigt vóór 31 december heeft de werknemer recht op een eindejaarsuitkering over het tot dan toe bij de werkgever genoten feitelijk verdiende salaris van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 13 Bijdragen kost

De werknemer die in het kader van de uitoefening van zijn functie in opdracht van de werkgever deelneemt aan een maaltijd met patiënten, wordt daarvoor geen bijdrage gevraagd.

Artikel 14 Geen salaris

Over de tijd waarin de werknemer in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn werkzaamheden te verrichten, is de werkgever hem geen salaris verschuldigd.

Artikel 15 Uitbetaling salaris

  1. De werknemer moet uiterlijk twee dagen -zon- en feestdagen niet meegerekend - voor het einde van de kalendermaand over zijn salaris over die maand kunnen beschikken.
  2. De vergoedingen als bedoeld in hoofdstuk H10 Bijzondere diensten worden uiterlijk aan het einde van de kalendermaand, volgende op die waarin de aanspraken zijn ontstaan, aan de werknemer uitbetaald.
  3. Van wijzigingen in het salaris en in de salarisberekening ontvangt de werknemer telkens schriftelijk, door middel van een specificatie, mededeling.