B Toepassing cao op AIOS

Toepassing cao op de arts in opleiding tot specialist (tot psychiater).

1. Salariëring

1. De werknemer die na 01-07-2009 in opleiding is gegaan als specialist (aios), ontvangt gedurende de opleiding salariëring conform de bepalingen in deze paragraaf. Werknemers op of voor 01-07-2009 in opleiding behouden gedurende hun opleiding hun oude afspraken inclusief doorloop in salaris.

2. Bij de inschaling van de werknemer genoemd in lid 1 wordt rekening gehouden met relevante ervaring. Per relevant ervaringsjaar wordt het eerste schaalbedrag met een periodiek verhoogd. Voor het meetellen van een ervaringsjaar moet twaalf maanden relevante ervaring zijn opgedaan.

3. Ervaring die volledig meetelt voor de inschaling van de arts in opleiding:

  • werkzaam als arts-assistent in een vergelijkbare (ggz)functie;
  • werkzaam als basisarts in de patiëntenzorg in een vergelijkbare (ggz)functie;
  • werkzaam als arts-onderzoeker in een geneeskundig wetenschappelijk onderzoek;
  • werkzaam als arts-projectmedewerker voor een geneeskundig project in een ggz-instelling;
  • werkzaam als basisarts in onderwijs of onderzoek in een ggz-instelling.

4. Als op de datum van indiensttreding het vereiste aantal maanden voor een ervaringsjaar niet is voltooid, wordt de periodiekdatum zodanig vastgesteld, dat bij goed functioneren de eerstvolgende periodiek wordt toegekend op het moment dat het ervaringsjaar voltooid is.

5. De werknemer die voorafgaand aan de opleiding meer verdient dan het salarisbedrag voortvloeiend uit de bepalingen van dit artikel, ontvangt gedurende de opleiding een salarisgarantie ter hoogte van het laatstverdiende salaris met als maximum het maximum van de AIOS salarisschaal. Deze garantie geldt tot het moment waarop de periodieke salarisverhoging conform lid 6 leidt tot een hoger salaris dan het garantiesalaris.

6. De werknemer ontvangt jaarlijks een periodieke verhoging.

Bijlage Salarisschaal AIOS

(klik op bovenstaande voor Salarisschaal AIOS)

2. Algemeen

  1. De cao hanteert als uitgangspunt dat het aantal uren waarop arbeid wordt verricht bij een volledige werkweek gemiddeld 36 uur per week bedraagt. Voor artsen in opleiding tot specialist overeenkomstig de regelingen als vastgesteld door het Centraal College en de Specialisten Registratie Commissie, geldt een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
  2. Voorzover niet anders is bepaald in deze cao, zijn voor artsen in opleiding de normen uit het Arbeidstijdenbesluit geneeskundigen van toepassing (zie Bijlage IV).
  3. De arts in opleiding ontvangt zijn opleiding voor het overgrote deel tijdens en door middel van het vervullen van zijn werkzaamheden in de instelling. Omdat deze beroepsopleiding niet door of namens de instelling wordt gegeven maar door de opleider-specialist die erkend is door de Specialisten Registratie Commissie, en omdat de arts in opleiding tot specialist in enige mate zelfstandig inhoud kan geven aan zijn opleiding - wat niet of minder het geval is bij andere beroepsopleidingen - is de opleiding tot specialist niet een inservice-opleiding als gedefinieerd in de cao. Dit betekent dat de werkgever (degene die het aantal arbeidsuren bepaalt) en de opleider (degene die het aantal opleidingsuren bepaalt) niet dezelfde zijn. Door deze splitsing tussen opleider en werkgever komt het probleem naar voren: de werkgever is primair verantwoordelijk voor de vaststelling van de werktijden en daarbij gebonden aan vastgestelde cao-urennormen; de opleider-specialist is primair verantwoordelijk voor de opleidingsactiviteiten en gebonden aan de vigerende opleidingseisen, vastgesteld door het Centraal College, die niet uitgaan van urenaantallen (normatief noch limitatief).

3. Arbeidsduur

a. Normatieve werkweek

Opleidingsmomenten en arbeidsuren zijn niet altijd te scheiden. Het is daarom moeilijk om tot een concrete verdeling te komen van het aantal uren per dag/week waarin de arts zijn opleiding ontvangt en het aantal uren dat hij uitsluitend arbeid verricht. Gelet op het bovenstaande en gelet op de aard van de functie van de arts in opleiding tot specialist, heeft de normatieve werkweek van de arts in opleiding in beperkte mate een flexibel karakter. In verband met de opleidingsactiviteiten die in de dagelijkse werkzaamheden zijn verweven, kunnen de dagelijkse werkzaamheden voor de arts in opleiding daarom meer dan 7,6 uur per dag omvatten en uitlopen tot een werkweek van maximaal 48 uur gemiddeld. In het algemeen zullen de opleidingsmomenten vooral opgesloten liggen in de dagelijkse werkzaamheden (tijdens de normale dagdienst). Het is echter niet uitgesloten dat deze opleidingsmomenten ook liggen in uren waarop tijdens bereikbaarheids-, aanwezigheids-, consignatie- en crisisdiensten effectief wordt gewerkt. De werkweek van maximaal 48 uur gemiddeld kan zich daarom uitstrekken tot zowel de dagdiensten als de bereikbaarheids-, aanwezigheids-, consignatie- en crisisdiensten. Per instelling en eventueel per specialisme zal in goed overleg tussen werkgever, opleider-specialist en arts(en) in opleiding vastgesteld moeten worden waar de opleidingsmomenten liggen en bij de opstelling van roosters moet hier rekening mee worden gehouden.

b. Begripsbepalingen werktijd

Onder het begrip 'werktijd' worden ook verstaan: alle opleidingsmomenten die gericht zijn op directe patiëntenzorg en alle organisatorische activiteiten die de werkgever in het belang van de instelling acht. Hieronder vallen ook:

  • lidmaatschap van de ondernemingsraad;
  • het participeren in teambesprekingen;
  • besprekingen met huisartsen en andere disciplines;
  • het meewerken aan de opleiding voor verpleegkundigen, ziekenverzorgenden en andere medewerkers van het ziekenhuis, als de werkgever geen aparte honorering geeft;
  • het meewerken aan de opleiding van co-assistenten. Deze begripsomschrijving houdt dus in dat niet binnen deze werktijd van 38 à 48 uur per week zijn inbegrepen:
  • (on)verplichte refereeravonden;
  • het bijwonen van vergaderingen van de medische staf;
  • het bijwonen van (wetenschappelijke) vergaderingen;
  • (thuis)studie, zoals literatuur- en tijdschriftenstudie;
  • meewerken aan de opleiding voor verpleegkundigen, ziekenverzorgenden en andere medewerkers van het ziekenhuis, als de werkgever hier apart voor betaalt.

4. Overwerk

a. Begripsomschrijving en begrenzing

Uit de begrenzing van het aantal werkuren volgt eveneens dat een arts in opleiding die langer dan 48 uur gemiddeld per week werkt, in aanmerking komt voor een vergoeding van overwerk of een vergoeding of toelage voor de crisisdienst, overeenkomstig deze cao. Artikel 1 lid 2 van H10 Overwerk ('opdracht tot overwerk', anders dan in het kader van bereikbaarheids-, aanwezigheids- of consignatiedienst) houdt tevens in dat, als de directe patiëntenzorg dat vereist, ervan uit wordt gegaan dat de arts bereid en verplicht is incidenteel overwerk te verrichten. Een voorafgaande opdracht daartoe van de werkgever wordt in die gevallen verondersteld. Anderzijds wordt van de arts in opleiding verwacht dat hij desgevraagd een omschrijving geeft van de tijdens de gemaakte overuren verrichte werkzaamheden.

b. Werkbelasting

Om de werkbelasting van de arts in opleiding binnen redelijke grenzen te houden, moet de werkgever ervoor zorgen dat het overwerk incidenteel van aard is en dat de gestelde grens van 10 procent niet wordt overschreden. Blijkt dat wegens bijzondere omstandigheden niet mogelijk, bijvoorbeeld doordat op korte termijn geen geschikte kandidaat voor een vacature voorhanden is, dan ontheft dat de werkgever niet van zijn verplichtingen om ook de vergoeding voor overwerk boven de 10 procent te geven. Voorkeur verdient het, als het overwerk 'structurele' aspecten zou gaan vertonen, die uren te vervangen door roosterdiensten.

c. Berekening

Bij de berekening van de overwerkvergoedingen moeten alle uren betrokken worden waarop de arts in opleiding tot specialist heeft gewerkt en die vallen onder het geformuleerde begrip 'werktijd'. De onderstaande voorbeelden dienen ter verduidelijking:

I. Gemiddelde werktijd in dagdienst (incl. opleidingsmomenten)

  48

Werk in het kader van bereikbaarheids- en aanwezigheidsdienst

  6

Totaal 54 uur: 48-urengrens van waaraf overwerkvergoeding wordt toegekend. Overige 6 uren die worden vergoed volgens H10 Overwerk.

 

II. Gemiddelde werktijd in dagdienst (arbeidsduur incl. opleidingsmomenten)

  40

Werk (incl. opleidingsmomenten in het kader van bereikbaarheids- en aanwezigheidsdienst

  17

Totaal 57 uur: 48-urengrens van waaraf overwerkvergoeding wordt toegekend. Overige 9 uren die worden vergoed volgens H10 Overwerk.

Wat moet de hoogte zijn van de toeslag overeenkomstig H10 Overwerk artikel 3? Geadviseerd wordt hiervoor te nemen: het gewogen rekenkundig gemiddelde van de percentages van het totaal aantal uren, gemaakt vanaf het 48e uur.

5. Bereikbaarheids-, aanwezigheids-, consignatie- en crisisdienst

Bij de berekening van het aantal effectief gewerkte uren tijdens de bereikbaarheids-, aanwezigheids-, consignatie- en crisisdiensten is het toegestaan het aantal gewerkte uren tijdens genoemde diensten te bepalen op basis van een gemiddelde dat berekend is aan de hand van ervaringsgegevens. Blijkt tijdens bereikbaarheids-, aanwezigheids-, consignatie- en crisisdiensten voor meer dan circa 60 procent effectief te worden gewerkt, dan verdient het overweging om deze diensten om te zetten in een normale roosterdienst.