B Vakantie

Toelichting
Voor zover in deze paragraaf niet afwijkend of aanvullend is bepaald zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot vakantie van toepassing (artikel 634 t/m 645 Boek 7).

Artikel 1 Aantal vakantie-uren

  1. De werknemer met een dienstverband van gemiddeld 36 uur per week heeft met behoud van salaris recht op 166 vakantie-uren per kalenderjaar.
  2. De werknemer met een van lid 1 afwijkend dienstverband heeft recht op vakantie-uren naar rato.
  3. Met ingang van 01-07-2015 ontvangt de werknemer als bedoeld in H10B, artikel 2 - lid 1 eveneens een vergoeding onregelmatige dienst tijdens het opnemen van vakantie-uren. Met ingang van 01-07-2015 wordt over opgenomen vakantie-uren het uurloon verhoogd met het gemiddelde ort-percentage over de afgelopen zes maanden. De verhoging geldt over maximaal 166 uur per jaar op basis van een voltijds dienstverband.
  4. De werkgever kan bepalen dat de werknemer op twee door de werkgever aan te wijzen werkdagen vakantie geniet. Bedoelde vakantie is begrepen in het aantal uren genoemd in lid 1. Deze aanwijzing vindt plaats
    • in overleg met de ondernemingsraad;
    • uiterlijk aan het einde van de maand januari;
    • voor één of meer groepen van werknemers (de werkgever kan hiervan een of meer werknemers uitzonderen).
  5. Voor de werknemer op wie het overgangsrecht LFB H 12C artikel 6a van toepassing is bedragen de in lid 1 bedoelde uren 184.
  6. Voor de berekening van het aantal vakantie-uren van de deeltijdwerker worden de overuren als bedoeld in H10A Overwerk artikel 4, lid 1 in aanmerking genomen.

Artikel 2 Opbouw van vakantie-uren

  1. Voor elke kalendermaand waarin de werknemer in dienst is of zal zijn, bedraagt het aantal vakantie-uren 1/12e deel van het voor hem geldende aantal uren per kalenderjaar. Een maand waarin het dienstverband vóór de 16e is ingegaan of na de 15e is geëindigd, wordt als een volle kalendermaand beschouwd.
  2. Bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid heeft de werknemer – naast het bepaalde in het BW over de wettelijke vakantiedagen- wat betreft de bovenwettelijke vakantiedagen aanspraak op opbouw over het tijdvak van de laatste zes maanden van zijn arbeidsongeschiktheid.
  3. De uitkomst van de berekening van het in enig jaar voor de werknemer geldende aantal vakantie-uren wordt op hele uren naar boven afgerond.

Artikel 3 Opnemen van vakantie-uren

  1. De vakantie-uren worden zoveel mogelijk opgenomen in het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Als de vakantie in het belang van de instelling niet volgens die regel wordt opgenomen, gaan de vakantie-uren over naar het volgende kalenderjaar.
  2. Werkgever en werknemer kunnen schriftelijk overeenkomen dat de bovenwettelijke vakantiedagen worden afgekocht.
  3. De werknemer kan ten minste aanspraak maken op een vakantie van drie weken aaneengesloten met inbegrip van de vier weekends.

Artikel 4 Inleveren van vakantie-uren bij arbeidsongeschiktheid

De werkgever kan een regeling treffen die ertoe leidt dat maximaal drie ziektedagen (de bovenwettelijke vakantiedagen) worden aangemerkt als vakantieverlof als de werknemer tijdens de arbeidsongeschiktheidsperiode met toestemming van de controlerend geneeskundige vakantie geniet. Voor de overige uren geldt de regelgeving betreffende vakantie uit het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 5 Wijziging vakantieperiode

De werkgever kan het door hem vastgestelde tijdvak van de vakantie wijzigen, als zich omstandigheden voordoen die hij op het moment van vaststelling van het tijdvak van de vakantie niet kon voorzien en ten gevolge waarvan het functioneren van de instelling of de dienst of afdeling ernstig in gevaar komt. Het nieuwe tijdvak van de vakantie stelt de werkgever in overleg met de werknemer vast. De werkgever vergoedt de schade die de werknemer door die wijziging lijdt.

Artikel 6 Arbeidsongeschiktheid tijdens vakantie

Wordt de werknemer tijdens zijn vakantie arbeidsongeschikt, dan gelden de dagen vanaf de dag dat de werknemer de werkgever overeenkomstig het reglement ziekmelding op de hoogte heeft gesteld van zijn arbeidsongeschiktheid niet als vakantie.

Artikel 7 Meerkeuzesysteem arbeidsvoorwaarden

1. Inwisselen van arbeidsvoorwaarden
1.1.    De werkgever heeft een keuzesysteem arbeidsvoorwaarden binnen de kaders van de werkkostenregeling waarin de werknemer keuzes kan maken in de samenstelling van zijn arbeidsvoorwaardenpakket door uitruil van arbeidsvoorwaarden (bronnen). Worden bronnen ingewisseld voor dit doel, dan moet de waarde van de bronnen en dit doel gelijk zijn. Het kopen en verkopen van vakantie-uren maakt in ieder geval deel uit van het keuzesysteem arbeidsvoorwaarden.
1.2.    Wenst de werknemer gebruik te maken van het keuzesysteem, dan dient hij uiterlijk vier maanden voor het einde van het kalenderjaar zijn verzoek aan de werkgever kenbaar te maken met vermelding welke bronnen hij voor het kopen en verkopen van de vakantie-uren wil uitruilen.
1.3.    De werkgever deelt de beslissing binnen drie maanden schriftelijk mee aan de werknemer. Als de werkgever het verzoek niet inwilligt, doet hij dat onder schriftelijke opgave van redenen.
1.4.    De werkgever kan in overleg met de ondernemingsraad een van lid 1.2 en/of  lid 1.3 afwijkende termijn overeenkomen.
1.5.    De keuze die de werknemer maakt, geldt –tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen en voor zover niet in strijd met het bij of krachtens wet bepaalde- voor de duur van een kalenderjaar. Gedurende deze periode kan de keuze door de werknemer noch door de werkgever worden gewijzigd
1.6.    De werkgever is verplicht de werknemer tijdig te wijzen op de (fiscale) gevolgen van de door de werknemer te maken keuze(n).
1.7.    Voor de toepassing van dit artikel wordt de waarde van een vakantie-uur gelijk gesteld aan het actuele bruto uurloon op het moment van uitruil.
 

2. Kopen extra vakantie-uren
De werknemer mag jaarlijks vakantie-uren kopen. De navolgende bronnen kunnen hiervoor worden uitgeruild:
a.    het bruto salaris met inachtneming van het minimum als bedoeld in de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag;
b.    de vakantie-bijslag met inachtneming van het minimum als bedoeld in artikel 16, lid 2, van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag;
c.    de eindejaarsuitkering;
d.    de bijzondere toeslagen en de waarnemingstoeslag conform H7B Salariëring, artikel 7 en 9.

3. Verkopen van vakantie-uren
De werknemer mag vakantie-uren verkopen. Dat wil zeggen de vakantie-uren boven het wettelijk minimum aantal van vier maal de bedongen arbeidsduur per week conform H12B Vakantie, artikel 1.