Bijlage IX. Voorbeeld leerovereenkomst beroepsvoorbereidende periode

Ondergetekenden,

De Stichting/Vereniging..............................................................................

gevestigd te............................................................................................

(adres)...................................................................................................

verder te noemen 'de instelling', ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door .................................................................................................................

en

............................................................................................................

wonende te............................................................................................

(adres)..................................................................................................

geboren............................ te.................................................................

nationaliteit............................................................................................

verder te noemen 'de leerling' verklaren een leerovereenkomst te hebben aangegaan onder de navolgende voorwaarden:

Artikel 1

De leerling wordt toegelaten tot de opleiding...................met ingang van.........

Artikel 2

De leerovereenkomst wordt geacht te zijn aangegaan voor de duur van de beroepsvoorbereidende periode. De duur van deze periode is.................weken/maanden (2)

Artikel 3

De leerling verbindt zich de opleiding gedurende deze periode te volgen, terwijl de instelling zich verplicht deze opleiding te geven of te doen geven met inachtneming van het bepaalde in de regeling met betrekking tot.......................................

Artikel 4

Gedurende de beroepsvoorbereidende periode zal geen betaling, vergoeding of verstrekking om niet worden gegeven. Leermiddelen worden in bruikleen verstrekt.

of

Gedurende de voorbereidende periode ontvangt de leerling conform CAO GGZ H 8 Leerlingen en werknemers die een opleiding volgen maandelijks een zakgeld. De aan het opleidingsinstituut te betalen lesgelden tijdens deze periode komen voor rekening van de instelling. Leermiddelen worden in bruikleen verstrekt. (3)

Artikel 5

Voldoet de leerling aan de door de instelling en/of het opleidingsinstituut gestelde opleidingseisen in de in artikel 2 genoemde voorbereidende periode, dan wordt een leer-/arbeidsovereenkomst aangegaan. (4)

Artikel 6

Geschillen over de opleiding worden - nadat eerst binnen 30 dagen na het optreden van een geschil volgens H5 Geschillen artikel 3,lid 1 kennis is gegeven dat er een geschil is - binnen 30 dagen na die kennisgeving schriftelijk voorgelegd aan een commissie van drie personen, voorzover de opleidingsregelingen een dergelijke toetsing toelaten. Instelling en leerling wijzen binnen 30 dagen ieder een deskundige aan in deze commissie, waarna in onderling overleg door deze twee deskundigen een derde persoon als voorzitter wordt aangewezen. De aldus aangewezen commissie doet zo mogelijk binnen 30 dagen een uitspraak die bindend is voor partijen. (5)

of

Ten aanzien van de regeling van geschillen terzake van de BBL opleiding tot verpleegkundige (niveau 4) en de BBL opleiding tot verzorgende (IG) en van de duale opleiding tot verpleegkundige (niveau 5) is het bepaalde in de onderwijsovereenkomst/ opleidingsovereenkomst tussen onderwijsinstelling en leerling van toepassing.

Artikel 7

De leerling verklaart te hebben ontvangen:

* een door beide partijen ondertekend afschrift van deze leerovereenkomst;

* van het opleidingsinstituut een ondertekende onderwijsovereenkomst/opleidingsovereenkomst; (6)

* een beroepspraktijkvorming overeenkomst ten behoeve van de praktijkvorming in de voorbereidende periode. (7)

Artikel 8

De leerovereenkomst wordt beëindigd:

* door opzegging door de leerling;

* bij blijvende arbeidsongeschiktheid van de leerling;

* bij gebleken ongeschiktheid voor het beroep van...

Regeling van bijzondere bedingen

Aldus overeengekomen en in drievoud opgemaakt en ondertekend

te..........................de.............................20......

(namens het opleidingsinstituut) (de leerling)

(namens de praktijkinstelling)

Op grond van artikel 1:234 van het Burgerlijk Wetboek dient voor het aangaan van een leerovereenkomst met een minderjarige (jonger dan achttien jaar) leerling, zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger schriftelijk toestemming te geven.

Toelichting op de cijfers

(1) Als het tweede jaar van de duale opleiding tot verpleegkundige (niveau 5), in het verlengde van het eerste jaar, een overwegend theoretisch karakter draagt en er zijn stages in opgenomen, dan kan voor die periode een leerovereenkomst met de leerling worden aangegaan. Bovengenoemde periode kan in dit model aangemerkt worden als een voorbereidende periode conform H1. Begripsbepalingen onder A 10 van deze cao.

(2) De BBL opleidingen tot verpleegkundige (niveau 4) en tot verzorgende-IG starten met een voorbereidende periode van een aantal maanden (duur is afhankelijk van afspraken tussen instelling en opleidingsinstituut).

(3) Onder leermiddelen wordt verstaan: hulpmiddelen bij de studie, zoals boeken, schriften, schrijfmateriaal, e.d., die dienen ter ondersteuning van de opleiding. Over de vraag hoe lesgeld betaald wordt, moet geregeld worden of een vergoeding aan de leerling plaatsvindt of de instelling direct aan het opleidingsinstituut betaalt.

(4) De instellingen kunnen na de beroepsvoorbereidende periode met de leerlingen een leer-/arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd aangaan.

(5) Onder de woorden 'geschillen terzake van de opleiding' worden verstaan: geschillen over de vraag of de leerling aan de opleidingseisen voldoet, waarbij de beoordeling van de praktische werkzaamheden geacht wordt deel uit te maken van de opleidingsbeoordeling.

(6) Voor BBL opleidingen vallend onder de werkingssfeer van de WEB geldt dat leerlingen bij een opleidingsinstituut zijn ingeschreven op grondslag van een onderwijsovereenkomst, waarin de rechten en plichten van beide partijen worden geregeld.

(7) Voor BBL opleidingen vallend onder de werkingssfeer van de WEB geldt dat de perioden ten behoeve van de beroepspraktijkvorming deel uitmaken van een overeenkomst tussen het onderwijsinstituut, de leerling en de zorginstelling.

Deze overeenkomst wordt mede ondertekend door het landelijk orgaan (Calibris) vanwege de opleidingserkenning van de instelling.