C Maatregelen inzake re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers

  1. Met het oog op een duurzame re-integratie in de eigen of een passende functie geeft de bedrijfsarts aan welke medische beperkingen voor de werknemer gelden. Op grond daarvan en met inachtneming van de criteria van het UWV geeft de werkgever, na overleg met de bedrijfsarts en de werknemer, invulling aan het precieze karakter en omvang van de te verrichten arbeid.
  2. De werkgever is verplicht de werknemer passend werk aan te bieden voor het aantal uren dat de werknemer arbeidsgeschikt is. Indien hiervoor geen mogelijkheden zijn binnen de instelling spant de werkgever zich in om passende werkzaamheden buiten de instelling te realiseren.
  3. De re-integratie-activiteiten worden na twee jaar voortgezet als de werknemer beschikt over voldoende restcapaciteit en zich actief opstelt in het re-integratietraject.
  4. Om te komen tot optimale re-integratie kan de werknemer in overleg met de werkgever een beroep doen op alle bestaande re-integratie-instrumenten zoals toegang tot mobiliteitscentra en opleidings- of stagemogelijkheden binnen de instelling.
  5. Indien re-integratie alleen mogelijk is door het volgen van om- en/of bijscholing en/of het volgen van een stage in dat verband, dan komen de kosten daarvan voor rekening van de werkgever voor maximaal de hiervoor benodigde periode, zoals vermeld in het re-integratieplan. Indien werknemer de afspraken in het re-integratieplan niet nakomt, dan beëindigt de werkgever de vergoeding van de kosten zoals bedoeld in dit lid.
  6. De werknemer heeft – in geval re-integratie in de eigen functie duurzaam niet meer mogelijk is – een voorrangspositie bij intern te vervullen vacatures, zolang werknemer niet eerder in- of extern is herplaatst en op voorwaarde dat werknemer beschikt over de voor de vacature benodigde kwalificaties dan wel op korte termijn over deze kwalificaties beschikt.
  7. De werknemer is verplicht mee te werken aan de aangeboden re-integratie-activiteiten en een passende functie te aanvaarden. Hij kan daartoe ook zelf initiatieven nemen en aan de werkgever voorleggen.
  8. Als en zolang de werkgever volgens de bevoegde instantie tekort is geschoten in de re-integratieverplichting en de werknemer daardoor geen recht heeft op een uitkering krachtens WAO/WIA dan wordt het dienstverband in beginsel gehandhaafd en zal de arbeidsongeschiktheid op zich geen reden zijn voor ontslag. De werkgever betaalt in dat geval 70% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon, overeenkomstig artikel 629 BW.
  9. Voor de werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt het dienstverband – indien de werknemer zelf actief meewerkt aan zijn re-integratie, al dan niet in een aangepaste functie – in principe gehandhaafd en zal de arbeidsongeschiktheid op zich geen reden zijn voor ontslag. Uitgangspunt bij door de werkgever aangeboden –al dan niet aangepaste- functie zal zijn dat deze functie wordt beloond op tenminste 70% van het salaris in de laatst vervulde functie voorafgaand aan zijn arbeidsongeschiktheid.
  10. Twee jaar na het moment van ziekmelden wordt door de werkgever beoordeeld of verdere re-integratie- activiteiten binnen zes maanden daadwerkelijk zullen kunnen leiden tot plaatsing in een passende functie; hierbij wordt ook de werknemer gehoord. Indien dat het geval is, dan wordt vooralsnog geen ontslagvergunning aangevraagd en wordt de uitvoering van de re-integratie-activiteiten voortgezet.