D Overige rechten en verplichtingen bij arbeidsongeschiktheid

Artikel 1 Werkingssfeer

Deze paragraaf is van toepassing op de werknemer die arbeidsongeschikt is in de zin van artikel 7:629 B.W. Voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald, gelden de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2 Loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid

  1. De werknemer die wegens arbeidsongeschiktheid verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten en de werkgever hiervan direct op de hoogte heeft gesteld, heeft op grond van artikel 7:629 BW gedurende een tijdvak van maximaal 104 weken recht op 70% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon.
  2. Het loon van de werknemer als bedoeld in lid 1 wordt gedurende de eerste 52 weken van zijn arbeidsongeschiktheid aangevuld tot 100% en vervolgens gedurende 52 weken tot 70% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon, maar tenminste tot het voor hem geldende wettelijk minimumloon. Op dit verhoogde loon zijn de artikelen 7: 629 en 629a BW eveneens van toepassing; het bepaalde in artikel 7: 629, lid 1 BW over het maximum dagloon is niet van toepassing.
  3. Over de uren waarin de werknemer volgens zijn re-integratieplan werkzaamheden op arbeidstherapeutische basis verricht, ontvangt hij 100% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon.
  4. In dit artikel wordt onder loon verstaan het salaris als bedoeld in H1A onder 4. vermeerderd met de structurele loonbestanddelen, zoals de onregelmatigheidstoeslag en de bereikbaarheidsdienstvergoeding (inclusief een eventuele waarnemingstoelage van de werknemer op het moment dat de arbeidsongeschiktheid ontstaat). De hoogte van deze bestanddelen wordt op maandbasis gemeten over een tijdvak van zes maanden voorafgaand aan de maand waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden. De hoogte van het loon wordt vastgesteld op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid.
  5. Het op grond van lid 3 vastgestelde loon wordt aangepast aan:
    • de algemene salarisverhogingen die ingevolge de cao plaatsvinden gedurende het tijdvak van arbeidsongeschiktheid;
    • de wijzigingen van de arbeidsduur die voor de aanvang van de arbeidsongeschiktheid zijn overeengekomen indien de periode tussen de eerste dag van arbeidsongeschiktheid en de ingangsdatum van deze wijziging korter is dan drie maanden. Aanpassing vindt plaats met ingang van de dag waarop de contractwijziging in werking treedt;
    • de jaarlijkse periodieke salarisverhoging zoals bedoeld in H7B artikel 6 zolang de werknemer nog geen 52 weken arbeidsongeschikt is. Na 52 weken arbeidsongeschiktheid wordt de periodieke verhoging vanaf de periodiekdatum toegekend over de uren waarop de werknemer arbeidsgeschikt is, indien en voor zover hij in die uren zijn oorspronkelijke dan wel een andere passende functie vervult.
      Indien de periodieke verhoging afhankelijk is van een beoordeling voor de overgang van functionele schaal A naar schaal B zoals bedoeld in H15A artikel 2 dan wel wanneer op de werknemer een beoordelingssysteem van toepassing is zoals vermeld in H15A artikel 2 lid 13, wordt gedurende de periode van volledige arbeidsongeschiktheid geen periodieke verhoging toegekend. Uiterlijk zes maanden nadat de werknemer zijn werkzaamheden geheel of gedeeltelijk heeft hervat ontvangt de werknemer bij voldoende beoordeling alsnog zijn periodieke verhoging(en) met terugwerkende kracht vanaf het eerste ziektejaar.
  6. Het loon wordt verminderd met het bedrag van de uitkering dat de werknemer ontvangt op grond van enige bij of krachtens de wet geldende regeling of een daarmee gelijk te stellen regeling.
  7. In het tweede ziektejaar vindt pensioenopbouw plaats op basis van 100% van het loon, waarbij werkgever en werknemer elk hun premiedeel betalen, tenzij de werknemer kiest voor een pensioenopbouw op basis van het loon dat hij ontvangt in het tweede ziektejaar.
  8. Indien de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een erkende beroepsziekte of een bedrijfsongeval of voortkomt uit een omstandigheid, waarvoor de werkgever aansprakelijk is zoals bedoeld in artikel 7:658, lid 2 BW , dan wordt tijdens arbeidsongeschiktheid gedurende 104 weken 100% loon doorbetaald.
  9. De werkgever kan in individuele situaties, indien daarvoor naar zijn oordeel goede gronden aanwezig zijn, besluiten in het tweede ziektejaar meer dan 70% van het loon te betalen.
  10. De werkgever kan het recht op aanvulling als bedoeld in dit artikel geheel of gedeeltelijk laten vervallen indien:
    • blijkt dat de werknemer de verplichtingen zoals geformuleerd in het verzuim- en herstelprotocol van de instelling (H9B) niet is nagekomen;
    • de werknemer de aanspraak op uitkering ingevolge de ZW, WAO/WIA, of WW geheel of gedeeltelijk verliest, tenzij dit aan de werkgever te wijten is.

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid door derden

Is de arbeidsongeschiktheid van de werknemer het gevolg van een gebeurtenis waarvoor de werkgever rechten tegenover derden kan doen gelden, dan zal de werkgever - als de werknemer dat wenst - de rechten van de werknemer waarnemen. Dit artikel heeft vooral betrekking op persoonlijke vorderingen jegens de wettelijk aansprakelijke derde die de werknemer mogelijk toekomen. De werkgever kan die gelijktijdig met zijn eigen vordering tegenover deze derde geldend maken.

Artikel 4 Verlagen of vervallen van loondoorbetaling

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 7:629, lid 3 en lid 5 BW, kan de werkgever de doorbetaling van het loon als bedoeld in artikel 2 verlagen tot het in artikel 7:629, lid 1 BW voorgeschreven niveau als blijkt dat de werknemer de verplichtingen volgens de wet en het verzuim- en herstelprotocol niet is nagekomen.
  2. De werkgever kan het recht op loondoorbetaling als bedoeld in artikel 2 geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren, wanneer de aanspraak op uitkering in het kader van de Ziektewet, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de WIA of de Werkloosheidswet geheel of gedeeltelijk komt te vervallen, tenzij dat aan de werkgever te wijten is.
  3. Het recht op loondoorbetaling als bedoeld in artikel 2 vervalt als de werknemer weigert een WW-uitkering aan te vragen voor dat deel dat de werknemer arbeidsgeschikt is verklaard voor een andere dan zijn huidige functie en nadat is gebleken dat de werkgever geen vervangende functie beschikbaar heeft en de werkgever aan alle wettelijke verplichtingen ter zake heeft voldaan.

Artikel 5 Uitkering bij overlijden

  1. Bij overlijden van de werknemer verstrekt de werkgever een uitkering op basis van diens laatstgenoten salaris of – indien de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid overlijdt – op basis van het salaris dat hij genoot direct voorafgaand aan de eerste dag van arbeidsongeschiktheid. De uitkering wordt berekend over de periode vanaf de dag na het overlijden tot en met de laatste dag van de derde maand na die waarin het overlijden plaatsvond. De uitkering wordt verstrekt aan:
    1. de echtgeno(o)t(e) of relatiepartner van wie de werknemer niet duurzaam gescheiden leefde, en bij ontstentenis van deze aan
    2. diens minderjarige kinderen, en bij ontstentenis van deze aan
    3. degene voor wie de werknemer grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.
  2. De overlijdensuitkering wordt belasting- en premievrij uitbetaald met uitzondering van het salaris over de maand van overlijden.
  3. Laat de overledene geen betrekkingen na als hierboven genoemd, dan kan de werkgever de uitkering of een gedeelte daarvan doen toekomen aan de persoon of de personen die daarvoor naar het oordeel van de werkgever op grond van billijkheidsoverwegingen in aanmerking komt/komen.
  4. De overlijdensuitkering als bedoeld in het eerste lid wordt verminderd met de overlijdensuitkering krachtens de sociale verzekeringswetten.