Hoofdstuk 5 Maatregelen en geschillen

Artikel 1 Op non-actiefstelling

  1. De werkgever kan de werknemer voor een periode van ten hoogste drie weken op non-actief stellen, als de werkgever vindt dat de voortgang van de werkzaamheden - door welke oorzaak dan ook - ernstig wordt belemmerd. De werkgever kan de werknemer na ingang van een rechtsgeldige opzegtermijn voor de verdere duur van deze opzegtermijn op non-actief stellen als zwaarwegende belangen dat naar het oordeel van de werkgever noodzakelijk maken.
  2. De werkgever kan de in lid 1 genoemde periode met maximaal 3 weken verlengen. Met toestemming van de werknemer of diens vertegenwoordiger kan nogmaals een verlenging van maximaal 3 weken worden overeengekomen.
  3. De werkgever maakt het besluit tot op non-actiefstelling en het besluit tot verlenging ervan zo spoedig mogelijk schriftelijk kenbaar aan de werknemer, onder vermelding van de redenen waarom deze maatregel is vereist.
  4. Op non-actiefstelling geschiedt steeds met behoud van alle overige rechten die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst/ cao.
  5. De werkgever moet gedurende de periode van op non-actiefstelling bevorderen dat de werknemer zijn werkzaamheden kan hervatten.
  6. Na het verstrijken van de periode van op non-actiefstelling is de werknemer gerechtigd zijn werkzaamheden te hervatten.
  7. De op non-actiefstelling kan niet bij wijze van strafmaatregel worden gebruikt.

Artikel 2 Schorsing

  1. De werkgever kan de werknemer voor ten hoogste een week met behoud van salaris schorsen om zodanig ernstige redenen dat de werkgever voortzetting van de werkzaamheden niet langer verantwoord vindt. De schorsing wordt onverwijld, gemotiveerd en bij aangetekend schrijven aan de werknemer ter kennis gebracht of bevestigd.
  2. De werknemer wordt binnen vier dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven (zater-, zon- en feestdagen niet meegerekend) in de gelegenheid gesteld zich tegenover de werkgever te verantwoorden. Hij kan zich daarbij door een raadsman laten bijstaan.
  3. De werkgever kan de schorsing éénmaal met ten hoogste een week verlengen. De werkgever kan de schorsing niet gelijktijdig met het uitspreken van de eerste schorsing verlengen.
  4. Als de werkgever inmiddels een ontslagprocedure in gang heeft gezet, kan de schorsing worden verlengd tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.
  5. Bij verlenging van de schorsing behoudt de werknemer zijn salaris.
  6. De werkgever is bevoegd de werknemer gedurende de periode van schorsing de toegang tot de gebouwen en terreinen van de instelling te ontzeggen, behalve tot de eventuele leefruimte van de werknemer.
  7. Mocht blijken dat de werknemer kennelijk ten onrechte door de werkgever werd geschorst, dan zal de werkgever hem op verzoek van de werknemer openlijk rehabiliteren en hem de aantoonbare schade vergoeden.

Artikel 3 Geschillen

  1. Er is sprake van een geschil als werkgever of werknemer schriftelijk en gemotiveerd aan de ander te kennen geeft dat een - duidelijk omschreven - geschil aanwezig is.
  2. De gewone rechter beslecht geschillen. Als dat uitdrukkelijk in de arbeidsovereenkomst staat, ligt de beslechting van geschillen - bij uitsluiting van de gewone rechter - in handen van de relevante kamer van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg. De aanwijzing van genoemd Scheidsgerecht in de arbeidsovereenkomst met een werknemer, in strijd met de bevoegdheidsbepalingen in het Reglement voor het Scheidsgerecht, is nietig.
  3. Geschillen over de opleiding worden, voorzover niet geregeld in de opleidingsregeling, beslecht in overeenstemming met wat daarover is bepaald in de model leer-/arbeidsovereenkomst, c.q. opleidingsovereenkomst.