Hoofdstuk 6 Arbeidsduur en werktijden

Begripsbepalingen

Begripsbepalingen voor toepassing van met name het hoofdstuk arbeidsduur en werktijden, begrippen die ook verder verspreid in de cao voorkomen:

  1. Werktijdenregeling: een definitieve regeling van de betaalde uren tussen 07.00 en 20.00 uur op maandag tot en met vrijdag en tussen 8.00 en 12.00 uur op zaterdag.
  2. Rooster: een definitieve regeling van de betaalde uren die geheel of gedeeltelijk liggen buiten de uren tussen 07.00 en 20.00 uur op maandag tot en met vrijdag en tussen 8.00 en 12.00 uur op zaterdag.
  3. Rooster met wisselende diensten: een rooster waarbij gedurende de roosterperiode de werkdagen of -uren wisselen. Bij een combinatie van beide is ook sprake van een rooster met wisselende diensten.
  4. Een halve vrije dag: een periode van 18 uren vrij van dienst.
  5. Een vrije dag: een periode van 32 uren vrij van dienst.
  6. Anderhalve aaneengesloten vrije dag: een periode van 46 uren vrij van dienst.
  7. Twee aaneengesloten vrije dagen: een periode van 56 uren vrij van dienst.
  8. Tweeënhalve aaneengesloten vrije dag: een periode van 66 uren vrij van dienst.
  9. Drie aaneengesloten vrije dagen: een periode van 72 uren vrij van dienst.
  10. Méér dan drie aaneengesloten vrije dagen: een periode vrij van dienst waarvan het aantal uren bedraagt: het aantal halve vrije dagen x 12 uur en dit totaal vermeerderd met 6 uren.
  11. Een vrij weekeinde: een periode van 56 uren vrij van dienst, vallend op zaterdag en zondag.
  12. Vrij van dienst: vrij van diensten, zolang het niet gaat om bijzondere diensten als bedoeld in H10 Bijzondere diensten (m.u.v. onregelmatige dienst).
  13. Verschoven dienst: verplaatsing van een aantal aaneengesloten uren waarop de werknemer volgens werktijdenregeling of rooster arbeid zou moeten verrichten, naar enig ander moment waarop de werknemer volgens werktijdenregeling of rooster géén arbeid zou hoeven te verrichten.
  14. Werktijden: uren waarop gewerkt moet worden.
  15. Arbeidsduur: de som van de feitelijk gewerkte uren en van die in de werktijdenregeling c.q. het rooster vastgelegde uren waarop niet is gewerkt wegens ziekte, feestdagen, vakantie, betaald verlof en/of compensatie in vrije tijd op basis van één van de regelingen in deze cao.
  16. Volledige werkweek: als de in de geldende werktijdenregeling of het rooster opgenomen arbeidsduur 36 uur gemiddeld per week bedraagt. In afwijking hiervan geldt conform onderstaand artikel 1 lid 2 voor sommige categorieën werknemers een arbeidsduur van gemiddeld 38 uur per week.
  17. Contractuele arbeidsduur: de voor een werknemer geldende arbeidsduur zoals vastgesteld in de arbeidsovereenkomst.
  18. Deeltijdwerker: de werknemer die contractueel voor minder dan 36 uur gemiddeld per week is opgenomen in de werktijdenregeling of het rooster.

NB: Voorzover niet anders bepaald in deze cao, zijn de afwijkende en aanvullende normen op de Arbeidstijdenwet en uit het Arbeidstijdenbesluit (zoals opgenomen in Bijlage III en IV) van toepassing.

Artikel 1 Arbeidsduur

  1. Het aantal uren waarop arbeid wordt verricht, bedraagt bij een volledig dienstverband 1878 uur per jaar (gemiddeld 36 uur per week).
  2. In afwijking van lid 1 geldt voor de arts in opleiding tot specialist en, indien overeengekomen, ten aanzien van de werknemer in een solistische functie of werkzaam op een kleine afdeling, een arbeidsduur van 1983 uur per jaar (gemiddeld 38 uur per week).
  3. In overleg tussen werkgever en werknemer kan een arbeidsduur worden overeengekomen van maximaal 2087 uur per jaar (gemiddeld 40 uur per week). Een keer per jaar kan de werknemer deze arbeidsduur terugbrengen tot zijn oorspronkelijke contractsduur van gemiddeld 36 uur of hoger.
  4. Voor de bbl-leerling die een voltijd opleiding volgt, geldt dat de arbeidsduur niet meer mag bedragen dan 1878 uur per jaar (maximaal gemiddeld 36 uur per week). Per praktijkleerjaar heeft de leerling recht op maximaal 288 uren lestijd met behoud van salaris.
  5. Met de hbo-v leerling die een duale leerweg volgt, wordt na het eerste studiejaar een leer-arbeidsovereenkomst aangegaan met een arbeidsduur van maximaal 1670 uur per jaar (gemiddeld 32 uur per week). Voor de hbo-v leerling die geen beurs in de zin van de Wet op de studiefinanciering ontvangt, mag geen hogere arbeidsduur worden overeengekomen dan bepaald in lid 1. Gedurende een praktijkleerjaar mag laatstgenoemde met een voltijds arbeidsduur (gemiddeld 36 uur per week), maximaal 1670 uur (gemiddeld 32 uur per week) voor arbeid worden ingezet.
  6. De indeling van de werktijden is zodanig, dat de leerling-werknemer in staat wordt gesteld het theoretische deel van de opleiding te volgen.
  7. De voltijds arbeidsduur van de medisch specialist is gemiddeld 36 uur per week; in overleg tussen werkgever en werknemer kan een naar boven afwijkende arbeidsduur tot maximaal gemiddeld 45 uur per week worden overeengekomen. De medisch specialist die een gemiddelde werkweek van meer dan 36 uur is overeengekomen, heeft een keer per jaar het recht de arbeidsduur terug te brengen tot 36 uur of hoger.

Artikel 2 Jaarurensystematiek

  1. De werknemer werkt jaarlijks het aantal uren dat vermeld staat in zijn arbeidsovereenkomst. Het aantal te werken uren kan uitsluitend worden ingeroosterd op (contractueel) overeengekomen dagen.
  2. De indeling van het jaarlijks arbeidspatroon wordt in overleg met de werknemer bepaald. Zowel het werkpatroon als de geclusterde vrije tijd moeten herkenbaar tot uiting komen in het arbeidspatroon dat wordt afgesproken.
  3. Het overleg over het arbeidspatroon vindt ten minste jaarlijks plaats en is gericht op het bereiken van overeenstemming. Als de individuele wensen niet in overeenstemming zijn met het instellingsbelang, prevaleert het instellingsbelang.
  4. Spreiding van het aantal te werken uren door het jaar heen zal niet gepaard gaan met invoering van onevenwichtige werkpatronen voor de individuele medewerker. Roosters en werktijden worden afgestemd op de in het jaargesprek gemaakte afspraken.
  5. Uitsluitend op verzoek van de werknemer kan worden overgegaan tot een vijfdaagse werkweek van 7,2 uur per dag.
  6. Indien de werknemer ziek wordt en er is voor hem al een werktijdenregeling of rooster vastgesteld, dan blijft deze werktijdenregeling of dit rooster gedurende de gehele periode van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd. Na afloop van de periode waarvoor de werktijdenregeling of het rooster geldt en indien er nog geen definitieve afspraken gemaakt zijn over de werktijdenregeling of het rooster, wordt de werknemer geacht ziek te zijn voor zijn gemiddelde contractsomvang.
  7. In onderling overleg kan het arbeidspatroon tussentijds worden aangepast.
  8. Bij het einde van het dienstverband worden te veel of te weinig gewerkte uren zoveel mogelijk gecorrigeerd binnen de opzegtermijn. Het resterende deel wordt uitbetaald of verrekend met vakantie-uren dan wel ingehouden op het salaris.

Artikel 3 Werktijden

  1. Voor iedere werknemer geldt een werktijdenregeling of een rooster. De werkgever brengt de werktijdenregeling en het rooster zo spoedig mogelijk en hiermee binnen een redelijke termijn (ten minste 3 weken, maar streeft naar ten minste 4 weken) voor aanvang van de betreffende periode ter kennis van de werknemer.
  2. In een rooster met wisselende diensten moeten deze diensten zoveel mogelijk voorwaarts roteren.
  3. De diensten worden aaneengesloten verricht, tenzij de aard van de werkzaamheden die aan de functie verbonden zijn zich hiertegen verzet. Meent de werkgever dat dat het geval is, dan legt hij dit gemotiveerd ter bespreking voor aan de werknemer alvorens over te gaan tot vaststelling van de niet aaneengesloten diensten.
  4. De werkgever komt met de deeltijdwerker overeen in welke mate de in de werktijdenregeling of het rooster op te nemen werktijden kunnen variëren.

Artikel 4 Maximaal aantal nachtdiensten

  1. Overeenkomstig het bepaalde in art. 5:8 lid 8 van de Arbeidstijdenwet mag de werknemer maximaal 36 nachtdiensten per 16 achtereenvolgende weken verrichten.
  2. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:8 lid 8 en 9 van de Arbeidstijdenwet, te weten: ‘indien de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit met zich brengen’, mag de werknemer maximaal 43 nachtdiensten verrichten per 16 weken, hetzij 140 nachtdiensten per 52 weken om de vaste nachtdienst te continueren.
  3. De werknemer mag maximaal vijf achtereenvolgende nachtdiensten verrichten.
  4. Op zijn verzoek en met inachtneming van het in lid 1 en 2 bepaalde mag de werknemer 7 achtereenvolgende nachtdiensten verrichten.
  5. De voorgaande leden van dit artikel zijn niet van toepassing op werknemers die reeds enkele jaren “permanent nachtarbeid” verrichtten direct voorafgaand aan de oorspronkelijke ATW (1996) conform artikel 8.1:1 van het Arbeidstijdenbesluit.

Artikel 5 Roostervrije dagen / vrije weekends

  1. Als de werktijden bij rooster worden geregeld, geniet de werknemer acht vrije dagen per 28 dagen. De werknemer geniet in ieder geval 22 vrije weekends per jaar.
  2. Kunnen - uitsluitend in het geval van dienstwisseling - de in de begripsbepalingen bedoelde perioden vrij van dienst niet worden gehaald, dan mag hiervan hoogstens 2 maal in een periode van 28 dagen worden afgeweken.

Artikel 6 Verschoven diensten

  1. De werkgever kan, als bijzondere omstandigheden met een incidenteel karakter dit noodzakelijk maken en na het horen van de werknemer:
    • afwijken van het bepaalde in artikel 3, lid 1;
    • afwijken van het bepaalde in artikel 5, lid 1;
    • een eerder vastgesteld(e) werktijdenregeling of rooster wijzigen.
  2. Past de werkgever het in lid 1 bepaalde toe en verschuift daardoor een vastgesteld(e) dienst in de werktijdenregeling of het rooster binnen 24 uur tussen melding door de werkgever en aanvang van de nieuwe dienst, dan deelt de werkgever dat mee aan de werknemer en ontvangt de werknemer - onverkort het bepaalde in lid 2 van dit artikel - naast het uurloon over de uren van die verschoven dienst uitsluitend een vergoeding als bedoeld in H10A Overwerk artikel 3, lid 2.

Artikel 7 Overdracht

Overdracht van dienst vindt plaats binnen werktijd.

Artikel 8 Compensatie feestdagen

  1. Het aantal uren waarop jaarlijks arbeid moet worden verricht, wordt voor de werknemer met een volledig dienstverband verminderd met 7,2 uur voor elke feestdag niet vallend op zaterdag en zondag.
  2. Voor werknemers die in de loop van het kalenderjaar in dienst treden, geldt de vermindering op grond van de in het lopend kalenderjaar nog voorkomende feestdagen.
  3. Voor werknemers met een van de voltijdsnorm afwijkende arbeidsduur geldt het naar rato beginsel met betrekking tot de inzetbaarheid op feestdagen en met betrekking tot het aantal toegekende uren op grond van lid 1.
  4. De werkgever kan in overleg met de ondernemingsraad een afwijkende regeling treffen. Deze regeling treedt dan in de plaats van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 9 Pauzes

  1. Binnen elke dagelijkse diensttijd wordt gelegenheid voor twee koffie-/theepauzes gegeven, te weten per ochtend, middag, avond of nacht eenmaal.
  2. Pauzes korter dan een kwartier gelden als werktijd.