Overheveling AWBZ naar Zvw opnieuw actueel
Al in april 2008 kwam de SER met een advies over de toekomst van de AWBZ. Eén van de belangrijkste wijzigingen die de SER voorstelt, is om de op herstel gerichte zorg naar de Zorgverzekeringswet (Zvw) over te hevelen. De discussie over de nieuwe financiering en organisatie van deze zorg is weer actueel geworden, nu de Tweede Kamer op 28 mei opnieuw debatteert over dit onderwerp.
‘Onder zorgorganisaties en patiënten bestaat de vrees dat door de economische recessie bepaalde zorgonderdelen straks niet meer veilig in de AWBZ zullen zitten maar daar in het gedrang komen.’, zegt Goof van Gemert, plaatsvervangend directeur van GGZ Nederland. ‘Het is daarom juist nu van belang om goed af te wegen welke zorg elders beter uit is en daarbij stevig vast te houden aan onze voorwaarden.’
In grote lijnen staat de GGZ-sector positief tegenover de overheveling voor meer klinische behandelingen naar de Zvw. ‘Vooral omdat we verwachten dat de cliënt daar straks meer te kiezen heeft’, zegt Van Gemert. ‘Ook kan de herstelgerichte zorg straks één keten gaan vormen. Dat zorgt voor een betere inhoudelijke en logistieke afstemming van deze zorg.’ Toch plaatst GGZ Nederland ook kanttekeningen.
GGZ Nederland wenst dat er eerst meer duidelijkheid komt over de productstructuur van de zorgzwaartepakketten. ‘de toepassing daarvan is nu nog niet stabiel en daarom is het ongewenst om al budgetten de heralloceren’.‘Dat moet verbeteren zeker voor de onderdelen die waarschijnlijk in de AWBZ zullen blijven en die zijn er naar verwachting wel’, stelt Van Gemert.
‘De vraag welke zorg overgeheveld wordt of blijft, gaat grofweg over de volgende groepen: de “asielgroep”, de voortgezette klinische behandeling voor mensen met ernstige stoornissen, het beschermd- of begeleid wonen en de extramurale vormen van dagopvang en dagbesteding. Binnen GGZ Nederland wordt daar verschillend over gedacht. Vooral de zelfstandige RIBW’s willen graag vasthouden aan de AWBZ-financiering.’
Met een overheveling naar de Zorgverzekerings Wet hebben instellingen ervaring. Dat geldt in mindere mate voor overheveling naar de WMO. Die kan namelijk ook aan de orde zijn. Samenwerking met gemeenten is op veel plaatsen verbeterd maar er zijn ook twijfels. ‘We hebben gezien dat bij de overheveling van huishoudelijke hulp naar de Wmo veel is misgegaan’, zegt Van Gemert.
Niet alleen GGZ krijgt met de overheveling te maken, ook de ouderenzorg. Aad Koster, directeur van ActiZ, organisatie van zorgondernemers: ‘ActiZ is voor de directe betaalrelatie tussen klant en zorgaanbieder, zoals de SER dat voorstelt. De klant bepaalt zelf waar hij met zijn op een onafhankelijke indicatie verkregen budget (in de vorm van voucher, trekkingsrecht of iets dergeijks) zijn zorg inkoopt.
Uit welke middelen (WMO, AWBZ, Zvw of private middelen) een cliënt zijn budget om zorg in te kopen is samengesteld, is in dat geval voor de zorgaanbieder niet van belang. Zorgaanbieders zullen dan worden beloond voor hun investeringen in kwaliteit doordat cliënten voor hun organisatie kiezen. Situaties, zoals nu in de AWBZ, dat zorgaanbieders cliënten niet kunnen bedienen vanwege budgetplafonds zijn dan niet meer aan de orde. Zover is het echter nog niet’
Nu is als eerste omvangrijke overheveling naar de Zvw de revalidatiezorg van verpleeghuizen aan de orde. ‘Net als GGZ Nederland pleiten wij voor een zorgvuldig overgangstraject. Wij stellen voor een of meerdere regio’s in Nederland als proeftuin aan te wijzen en dan de komende jaren geleidelijk over te gaan naar alle regio’s in het land.’