GGZ Nederland is de brancheorganisatie voor instellingen in de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.
Wij behandelen geen cliënten en wij hebben ook geen hulpverleners in huis. Voor hulp verwijzen wij u door naar één van onze lidinstellingen. Zoek een instelling bij u in de buurt.
Ga naar de huisarts. Hij of zij kan vertellen wat voor hulp u nodig heeft en waar u terecht kan.
Voor directe hulp bij psychische en sociale problemen kunt u bellen met de Hulp- en Informatielijn van de Stichting Korrelatie.
Hulp- en Informatielijn: (0900) 1450 (€ 0,30 p.m.) geopend op werkdagen van 09.00 uur- 18.00 uur.
Tel: (030) 271 01 00 kantoor
Fax: (030) 272 44 77 kantoor
E-mail: vraag@korrelatie.nl
Wilt u hulp van een instelling voor geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg? Zoek een instelling bij u in de buurt.
Bent u cliënt bij een zorginstelling en heeft u een klacht? Kijk dan eerst of u dit kan bespreken met uw behandelaar. Zoekt u daar hulp bij, kijk dan op de website van Zorgbelang Nederland. Ook kunt terecht bij een patiëntenvertrouwenspersoon (PVP). De functie van vertrouwenspersoon in de ggz is ingesteld om mensen die onvrijwillig zijn opgenomen op basis van de Wet Bopz advies en informatie te geven bij het handhaven van hun rechten. Kijk voor meer informatie op de website van Stichting PVP
Mag een zorgaanbieder/hulpverlener met betrekking tot de beoordeling van een ondertoezichtstelling/uithuisplaatsing van een kind informatie verstrekken aan Bureau Jeugdzorg als deze bezorgd is over de toestand van kind?
Een hulpverlener heeft met betrekking tot kinderen en ouders die hij behandelt een medisch beroepsgeheim. De gedachte achter het beroepsgeheim is dat een patiënt vrije toegang moet hebben tot de gezondheidszorg en zich vrij moet voelen om tegen een hulpverlener openlijk te spreken, wetende dat die hulpverlener het niet verder zal vertellen.
Het medisch beroepsgeheim is echter niet absoluut. Persoonsgegevens kúnnen worden prijsgegeven
In een recente uitspraak in hoger beroep van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg was de doorbreking van het geheim door een arts van een consultatiebureau niet gerechtvaardigd; de arts gaf vertrouwelijke informatie over haar cliënten - kinderen, moeder en grootmoeder - aan de gezinsvoogd en deed daarbij een beroep op conflict van plichten; zij maakte zich zorgen over de kinderen en was van mening dat de gezinsvoogd hierover ingelicht moest worden met het oog op de door de kinderrechter te nemen beslissingen.
De tuchtrechter oordeelde dat “hoezeer de situatie rond de opvang en verzorging van de kinderen mogelijk reden tot grote bezorgdheid gaf, er was geen sprake van een acute noodsituatie waardoor doorbreking van het beroepsgeheim geboden was.” Bovendien waren de conclusies van de arts onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd. Naar het oordeel van de rechter had de arts andere, minder ingrijpende wegen kunnen bewandelen om haar zorg te uiten. Aan de arts is de maatregel van waarschuwing opgelegd (CTG 11 september 2009, Staatscourant 2009/14413).
Als je de uren vijf jaar spaart, moet je aan het eind van het vijfde jaar de keuze maken over de uren uit je eerste jaar. Ga je ze op een LFB levenslooprekening storten? Dan krijg je rente over je inleg. Laat je de uren bij de werkgever staan tegen het uurloon aan het eind van het vijfde jaar? Als je de waarde van de uren bij de werkgever laat staan, dan kun je daar later minder uren voor terug krijgen omdat ze niet worden geïndexeerd met je loonontwikkeling.
In de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) is geregeld dat de werknemer recht heeft op verlof voor de noodzakelijke verzorging in verband met ziekte van onder andere de echtgenoot, geregistreerde partner of de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont (artikel 5:1 WAZO). De werknemer kan dus uitsluitend een beroep doen op het kortdurend zorgverlof indien dit noodzakelijk is voor de verzorging van de zieke partner.
Het noodzakelijkheidvereiste betreft niet alleen de verzorging als zodanig, maar ook de vraag of de werknemer de zorg op zich moet nemen. De werknemer in bovenstaande vraag is niet degene die de zorg verleent. De artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis nemen de zorg op zich.
De werknemer heeft dus geen recht op kortdurend zorgverlof voor de periode dat de partner in het ziekenhuis ligt. Eventueel kan de werkgever besluiten om op grond van Hoofdstuk 13 artikel 6 CAO GGZ de werknemer betaald dan wel onbetaald verlof te verlenen.
Neem contact op met uw leidinggevende, uw afdeling personeelszaken, de vakbond waarvan u eventueel lid bent of zoek via internet in een paar steekwoorden (bijvoorbeeld assertiviteitscursus, ggz) naar een cursus.
In het laatste geval kunt u via de website van een ggz-instelling bij u in de buurt informeren of zij u verder kunnen helpen. Bij sommige instellingen kunt u via internet een traject volgen, bij andere instellingen kunt u eventueel via gesprekken of een cursusgroep aan de slag gaan met uw vragen.
De werkgever kan op basis van artikel 6 van H13 CAO GGZ een werknemer onbetaald verlof verlenen. De werkgever maakt samen met de werknemer afspraken over de duur van het verlof.
Het opnemen van onbetaald verlof heeft onder andere gevolgen voor:
Wanneer het onbetaald verlof niet langer dan 18 maanden duurt dan heeft dit geen nadelige gevolgen voor de sociale zekerheid van de werknemer.
Extra informatie over de gevolgen van onbetaald verlof is te vinden op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Als werknemer in de ggz kunt u bij de P&O-afdeling meer informatie krijgen over uw rechten als werknemer en andere arbeidszaken. U kunt ook terecht bij de vakbond, of kijk op GOBnet, de landelijke voorlichtingssite over opleidingen en beroepen in zorg en welzijn.
U kunt terecht bij de werkgeversservice op maandag, dinsdag en donderdag tussen 9.00 uur en 12.00 uur, tel. (033) 460 89 89, of via werkgeversservice@ggznederland.nl