Auteur van dit artikel
GGZ Nederland
GGZ Nederland

e-mail: info@ggznederland.nl

Investeren in medewerkers is ons speerpunt, reactie zorgbarometer EY

De financiële situatie van de geestelijke gezondheidszorg is zorgelijk, blijkt uit onderzoeken van KPMG en Intrakoop. Ook uit de deze week verschenen zorgbarometer van EY komt naar voren hoe lastig de branche het heeft. Instellingen zitten vast in omzet- en prijsplafonds en het personeelsverloop is met 18,4% in 2018 het hoogste van alle branches. De vraag is vooral: wat doen we hier nu aan?

Behoud personeel
De belangrijkste oorzaak van de uitstroom van medewerkers komt door de hoge werk- en regeldruk. We zetten in op aantrekkelijk werkgeverschap, onder meer door verminderen regeldruk, een goede cao en inspraak voor professionals, onder meer via een medische staf. Van belang is dat medewerkers zich gehoord voelen en bezig kunnen zijn met de daadwerkelijke inhoud van hun vak en niet met het verantwoorden van hun werk. Want dát is waarom medewerkers kiezen voor het werken in de geestelijke gezondheidszorg. Het behandelen van mensen met psychische problemen. Hen een stap verder helpen zodat ze zo goed mogelijk mee kunnen doen in de maatschappij. Het verkleinen van het stigma op psychische aandoeningen. Want wat is er mooier dan een baan waarin je bijdraagt aan het welbevinden en herstel van mensen?

Verminderen regeldruk
Regeldruk wordt als een belangrijke reden voor vertrek uit de zorg (en dus niet alleen de geestelijke gezondheidszorg) gegeven. Vooral de wijze van verantwoorden kost medewerkers veel tijd en energie. Alle tijd die zij kwijt zijn aan verantwoording kunnen ze niet besteden aan zorg. Natuurlijk is het terecht dat er zeer zorgvuldig met zorggelden wordt omgegaan. Oók in de geestelijke gezondheidszorg. Het huidige systeem lijkt echter vooral gebaseerd op wantrouwen. Niet voor niets schreef de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving al dat de wijze van verantwoording in de zorg een enorme regeldruk oplevert. Dat moet en kan echt anders en GGZ Nederland maakt zich hier hard voor via de campagne ‘verminderen regeldruk’.

Goede cao
Concurrerende arbeidsvoorwaarden zijn belangrijk voor onze branche. Het is GGZ Nederland als eerste zorgsector gelukt om deze zomer een goede cao met de vakorganisaties af te spreken. Een cao waarin de lonen van medewerkers in de komende jaren met 8,1% stijgen en waarin er afspraken zijn gemaakt om de inspraak en betrokkenheid van medisch specialisten te vergroten, om de leerling-salarissen te laten stijgen, het voor zij-instromers makkelijker te maken om in de branche te starten, opleiden centraal te zetten en medewerkers op ‘zware afdelingen’ meer hersteltijd te geven. De cao geeft daarmee een positieve impuls aan nieuwe instroom en aan het behoud van de medewerkers.

Innoveren
Terwijl de personeelstekorten oplopen, neemt de vraag naar geestelijke gezondheidszorg toe; dit betekent dat we met elkaar moeten zoeken naar slimme manieren om goede geestelijke gezondheidszorg te kunnen blijven leveren. De branche zelf probeert waar mogelijk te innoveren. Bijvoorbeeld door de inzet van eHealth en door zorg steeds meer ambulant aan te bieden. Dit scheelt bedden, reistijd én dus geld. Maar hier hebben we wel innovatieruimte voor nodig.

Faire tarieven
Voor een gezonde branche en goede patiëntenzorg is het noodzakelijk dat instellingen eerlijke tarieven krijgen die kostendekkend zijn. Zorgaanbieders zitten gevangen in het huidige systeem van omzetplafonds en prijsplafonds per financier, met afspraken over de maximale gemiddelde prijs per patiënt. Niet voor niets vinden wij dat de tarieven niet omlaag kunnen en dat bij contractering moet worden uitgegaan van 100% van het vastgestelde tarief door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Wij starten een juridische procedure tegen de verlaging van de tarieven door de NZa. Deze verlaging valt moeilijk te rijmen met de penibele financiële situatie van de geestelijke gezondheidszorg, in combinatie met de grote uitdagingen waar de sector voor staat zoals de invoering van de wet verplichte ggz, het reduceren van wachttijden, innovatie en een investeringsimpuls in het personeel.